Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
«
Broeder, neen! ik zweer bij God,
Die mijn bart doorgrondt.
Dat gij altijd daar den vrind
Rein en onveranderd vindt.
Dien ge er eens in vondtl
Broeder! troost in droefenis!
Voedsel in den nood!
Raad en bijstand in den druk!
Redding in bet ongeluk!
Trouw tot in den dood!
1823.
BY JDE IBOOD
VAN
aip. W. BII.DSROIJK.
Licht treedt een |oDgling op, diedoormija' toon gegloeid,
mijne asch een hulde bren)^, aan 't duxkbre hart ontvloeid.
En roept mijn schaduw toe : Rnst, taoger, sluimer zacht!
BILDBIDÜK.
Slaap rustig, aangebeden Zanger!
Uw sluimer zij door niets gestoord:
Rust in uw laatste toevluchtsoord:
Daar volgt geen jammerlot u langer.
Al woedt een pestvlam in ons land;
Al zweept de storm de Spaarnebaren:
Gy zijt de tuimelzee ontvaren,
En kwaamt gered aan beter strand!
Genoeg beeft de aardsehe schelp geleden.
Waarin uw ziel verstoken lag.
Een parel, als men zelden zag.
Genoeg het stroomgeweld bestreden!