Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
Hebt ge ons de fabelwondren weder
Met heller glans ten toon gespreid, —
Geschiedenis! verbreidt uw veder
Het reuzenwerk der dapperheid;
Vertoont ge ontzetbre krljgskolommen.
En Alp en Balkan overklommen.
Of strevend door woestijn en zee;
Verbaast haar moed de siddrende aarde, —
Een grootscher doel, een hooger waarde
Herroept ge ons bij Thermopylé.
Doe voor uw rijksbanleren bukken
Der volken zaamgeschaarde magt,
O Vorst, wien 't schittrendst lauwerplukke;
Tot roekloosheid en waanzin bragt I
Heet groot bij uwe tijdgenooten;
Zie hulde en zege u toegevloten.
Waar gij den rijksstaf voert of 't zwaard, •
Zij taant, de glorie van uw leven
Als 't oog op 't meer roemruchtig sneven
Van Spartaas groolsten krijgsman staart!
Ik stem mijn lier tot buldegalmen
Waar mij een wapenfeit verrukt;
Ik kus met vuur de vredepalmen.
Door krijgsbeleid en moed geplukt;
Maar zie ik, als de nood mag nijpen,
Epn' Winkelriet de speren grijpen
Van Leopolds gesloten heir.
En hem een' wissen dood zich wijden
Om 't Vaderland van 'tjuk te vrijden.
Dan kniel ik voor zijn grootheid neer.
En gij, waai' 't licht mij werd geschonken.
Gij, Erf van dapperheid en eer!
IVooit waart ge uil d'ouden rang gezonken,