Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
Waar de gear der Pekko-blaad'ren
't brein met zoeten lust beschonk,
Daar langs Spaarne en wijden meirplas
't Yaderlandsche stroomlied klonk;
Toen, bij elke brug of kwakel,
bij elk bont geteekend rund.
Aan den gullen knaap een kusjen,
als een tolgeld, was vergund;
Toen de blijde Waternimfen
en Najaden van rondom
Nog, bij Heemsteê's slot en torens,
roepen konden: „Wellekom!"
Maat 't was drieste, vrekke sloopzucht,
tot vernielen zoo gereed.
Die ook dat kleinood der oudheid
voor beur moker vallen deed!
Niet meer dus, zoo als te voren,
vindt de lieve jeugd daar 't punt,
Dat zoo vaak op 't mollig grasveld
zoo veel lust haar had vergund;
Die dan, bij de flaauwe stralen
van eene ondergaande zon.
Onder spijs en wijn en zangen,
t'huis den avond brengen kon!...
Maar 't bestaat niet meer 't genoegen
Tan dat oude volksvermaak;
Alles heeft ziju tijd en wijze;
alles wisselt; ook de smaak:
Waar eens zooveel otbrdbkjeits
zwierden, zou, naar allen schijn.
Nu voor ons, helaas! geen testschüit
(dan uit gunst) te erlangen zijn! —
o! Mogt de oude lust herleven
met de welvaart van dit Volk!
Krielde 't weêr van ibhtebgotjbis ,
in hel Spaarne, in vaarl en kolk!...