Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
D£ HOLLAWDSCHE TEHTSGIIIJIT.
Dichtlief! Gloorroos, helpt mij zingen,
stemt den lof van vroeger tijd.
En van 't klein gezellig vaartuig,
vreugd en liefde toegewijd;
Ja, de Liefde schiep, bewoont het;
helpt het voort met riem of lijn;
Billijk moet dan ook de Tentboot
Liefde en Vriendschap heilig sijn!
Vader Noach hebbe, in de oudheid,
't zielenbergend schip gebouwd,
En zich, in die vlotte wereld,
aan geval en stroom betrouwd;
Maar, hoe was die klomp te sturen?
niemand weet, hoe 't daarmeê zij...
Lieflijke Amor, die beweging,
die bestiering leerdet gijl
't Raakt niet, of de Egyptenaren,
of de Tyriërs voorheen
't Allervroegst dc scheepvaart vonden,
Eros was toch de eerste alleen;
Liefde moest de geestdrift wezen,
die de proef het eerst begon;
Liefdekracht, die zooveel vinden,
wagen, ondernemen kon;
Welk een sterker kracht kon 't wezen,
die den eersten schipper joeg;
Oie hem aanvuurde en zijn' boezem
als met dubbeld staal besloeg? —