Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
voordragt bevitten. it men door den een te droog,
te koel, te bedaard, te temerig, in één woord, te
zielloos hoort lezen, wordt door den anderen met
winderig gebaar en bulderende stemuitzetting voorge-
dragen; zonder dat een van beiden in hunne methode
{mag men zulks zoo noemeti) acht geeft op het ver-
schil van onderwerp, den zin van het stttk en de
bedoeling des dichters.
Met opzigt tot de gebaren, die de voordragt op
eene gepaste wijze moeten ondersteunen, wordt bij
velen ook nog vrij wat te wenschen overgelaten. Met
is even stuitend en onvoegelijk met de armen langs
het lijf neêr en als met op den buik zaamgebonden,
of op den lessenaar vastgespijkerde handen te spre-
ken, als met zwaaijende armen en telkens geweldig
neêrbonzende vuisten te declameren, alsof men in eene
hevige kijvaadje gewikkeld waar ! Mam- het bespot-
telijkst van alle verkeerde gesticulatie is zeker, wan-
neer de lezer aan zijne voordragt klem en duidelijk-
heid meent hij te zetten, door, bij het noemen van
oogen, ooren, mond enz., den wijsvinger, of somtijds
de beide wijsvingers, derwaarts te strekken. Even on-
gepast ziet men somtijds in den schouwburg wel eens
een acteur martiaal het tooneel aftreden met ee7ien
opgeheven arm, aan den elleboog een regtlijnigen
driehoek vormende, zonder dat ienumd, — misschien
hij-zelf ook niet, begrijpt wat deze zonderlinge mi-
mische kmir beteekmen moet.
Deze en dergelijke opmerkingen en overwegingen
waren het die aanleiding gaven, dat er, zoo als bo-
ven gezegd werd, thans veel werk gemaakt wordt van
de declamatie. Op onze gewone scholen houden de on-
derwijzers, onder welke wij tegenwoordig zoo vele
verdienstelijke mannen tellen, die smaak aan kunde