Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
FRAemEHTEIV
uli de» tbeübzillvg ta»
IBHT DORKID.
Of Leu ik de eerste op aard, wien 't nijdige ongeluk
De sehoudren heeft gekneusd met zijn tyrannig juk?
Neen, toont zich 't Albestuur eens gunstig aan mijn heden,
De breuk is ras geheeld van 't gene ik heb geleden.
De wakkre heeft wel meer door onafmatbren moed
't Ontzetlijkst doel bereikt, dat lafaarts siddren doet;
Den steilsten heuveltop, voor 's hemels adelaren
Te spitsch, besteigerd, en, ten wolken ingevaren,
Den ontoegangbren dwang gedonderd uit zijn nest.
Nooit zal me een wanhoop,die geen uitkomst wacht, de borst
Bekruipen en mijn moed in 't heimlijk ondermijnen.
Neen! blijde hoop versterkt me en doet beur angst verdwij-
Dit zwere ikby 't gewicht dat 's kemels rug bezwaart, (nen!
Waaronder 't werkzaam dier zich nedervlijt op de aard',
Op verre tochten streeft door uitgeblaakte zanden,
Met ingezonken oog en rammelende tanden,
En 't uitgemergeld lijf tot op het been verdord;
Terwijl hy 't bloedig schuim uit neus en lippen stort;
Des nachts zich nederlegt in d'afgrond van den donker'.
En d'ochtenddamp doorwaadt by 't eerste daggeflonker;
Zijn klaauwen op 't gesteent' te barsten treedt cn scheurt;
En met zijn sijplend bloed de blanke kijzels kleurt.
Dit zwere ik by hem zelv', en die zijn' hals bestijgen,
Wien 't duurzame ongemak de leden in doet zijgen,
De vi'oege en avonddaauw de ontvleescbde kaak misverft,