Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 41 —
Die vlam, onmaehtig hem te lichten.
Kan hem den feilen brand doen stichteu,
Die land en steden doet vergaan.
Op ons werk rust Godes zegen.
Onze wenscben zijn vervuld.
Ziet! daar blinkt de klok ons tegen,
Van haar deksel nu onthuld.
Ziet! van top tot trans
Prijkt ze in effen glans.
Wijl de l)eelden sierlijk pralen
£n des kunstnaars roem verhalen.
Treedt allen toe en sluit den rang!
Komt makkers! nadert, ja!
Dat nu de klok haar naam ontfang'.
Die zij Concordia.
Tot eendragt zij voortaan der broederen gemcent'
Op haar geluid vereend.
(edel doel;
Ja, de meester, diehaarvormde, schenkt baar thands een
Hoog Terheven boven de aarde, boven 't ijdel stofgewoel,
Zwevend tusschen donderwolken, grenzend aan denhe-
(melboog,
Strekk' zij aan den aardbewoner tot een roepstem van
omhoog.
Even als die rei van sterren, die van 't hooge hemelrond,
OnsdenlofdesAlbestierders,diebaar'taanzijngaf,verkondt.
Slechts tot ernst en heiige zaken zij haar koopren mond
(gewijd.
En met vlugge vlerkberoer' haar telken stond de snelle tij d.
't Zwijgend noodlot doe zij spreken. Schoon zij't leven
(niet ontving,
Doe zij ons gestaag gedenken aan des levens wisseling.
Als haar zware toon dan rondklinkt, galmt en mindert
(en verkwijnt.