Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORBEIIIC^T.
3Ieer dan voorheen legt men in owie dagen zich-^
toe op het goed voordragen van gedichten; zelfs heeft
men zulks wijsselijk begrepen in het onderrigt, het-
welk op de miizijkscholen in de toonkxinst gegeven
■wordt. Sedert de monotonie van vroegeren tijd in
onzen dichttrant plaats gemaakt heeft voor eene rve-
zenlijk-muzikale nuancering van toonmaat en zin-
snede , is de voorlezing of declamatie eene kunst ge-
worden, die inderdaad moeijelijk is en, om er in te
slagen, bij physieke geschiktheid, eene gezette oefening
vordert. Een ieder, die in dicht- of in andere ge-
nootschappen tegenwoordig was bij het voorlezen van
gedichten , heeft zeker wel eens de opmerking gemaakt,
dat eenig stuk hem, bij de voordragt oneindig meer
behaagde, dan toen hij hetzelve onder de oogen ge-
kregen had ; maar ook omgekeerd, dat eenig poëtisch
opstel, hetwelk hem hij de lezing voorkwam een heer-
Ujk meesterstuk te zijn, vroeger bij de voordragt
door een ander, hem en ieder mishaagd of ten minste
rveinig opgang gemaakt had. Set verstaat zich, dat
het eerste door een geoefend, het laatste door een on-
geoefend lezer voorgedragen was geworden.
Onder de menigte voorlezers, die het spreekgestoelte
in onze ontelbare genootschappen en genootschapjes
beklimmen, zijn er maar weinigen, die de g^af der