Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 51 —
De janglïng wil geen kinderspelen
Van 't schuldloos meisje langer deeleu,
En holt de wilde wereld in.
Vervuld nog van haar schijnvertooning.
Keert hij terug in 's vaders woning.
Doch vreerad aan heel het huisgezin.
Daar slaat zij heerlijk voor zijn oogen.
Gelijk een seraf uit den hoogen.
De maagd, die liij als kind verliet.
Die hij, beschaamd en opgetogen,
In volle schoonheid wederziet.
Een vreemd gevoel beeft hem bevangen;
Hij vlugt bet woest vermaak der stad;
Er vloeien tranen langs zijn wangen;
Hij zwerft langs 't afgelegenst pad;
Hij volgt baar spoor met raaagdlijk blozen;
Blijft op liaar groet betooverd staan;
Hij zoekt en plukt de schoonste rozen.
En biedt zijn ruiker smachtend aan.
O zoete zielsdrift! lieflijk hopen!
O gulden tijd der eerste min!
Dan ziet bet oog den hemel open,
En 't hart zwelgt zaal'ge wellust in.
O mocht hij nimmermeer vervlieten.
Die schoone tijd van zoet genieten!
'k Zal dit staafje in 't gietsel doopen.
Keert het glanzend, scbittrend weêr.
Dan zet ik de buizen open;
Dan vloei vrij de vuurstroom neêr.
Makkers! niet getoefd!
't Mengsel zij beproefd!
Ziet of zich naar uw gedachte,
't Sterke heeft vereend en 't zachte.
Dat zich het buigzame en het strenge.
Het forsche met bet weeke menge.