Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET lilED VAIV »E KliOK.
Vivo» voco, Mortuos plango, Fulgura frango.
Vast in 's aardrijlxs sctoot besloten.
Staat de vorm, van leem gebrand;
Heden wordt de Mok gegoten;
Lu'^tig, knapen! bij de band.
Dat uw vlijt zich toon'!
't Lang gewenschte loon
Wordt met tapp'lend zweet verkregen;
Maar van boven komt de zegen.
Bij 't ernstig werk, dat wij ons kozen,
Betaamt gewis een ernstig woord.
Als goede reednen hem verpozen.
Gaat de arbeid meer geregeld voort,
't Voegt ons met aandacht op te merken,
Wat zw.ikke kracht volbrengen kan:
Wie nimmer nadenkt onder 't werken,
Is geen verdienstlijk ambachtsman.
Den mensch alleen is 't heil beschoren.
Van, door 't hem toegedeeld verstand.
Het doel en de oorzaak na te sporen.
Van 't geen bij vormt met fikscbe band.
Neemt het hout van pijnboomstammen,
Mits het stevig zij en droog;
Dat de gloed der helle vlammen
't Hard metaal doordringen moog.