Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 28 —
Dc heilige inspraak, die uw horst.
Als dierst kleinood, besluit,
Drukt even heerlijk, even rein.
Door zucht cn traan zich uit.
En daarom zijt ge aan allen rang.
Aan allen stand gemeen.
En daarom straalt gij, als de zon.
Om heel den aardkloot heen.
Den rijke troost, in 't ongeval,
In 't martlcn van 't verdriet.
Uw tccdre hulp van zucht en traan.
Maar gift of gave niet.
En de arme, die niet helpen k-in
Met vrucht uit schelp of mijn,
Kan toch zijn' naasten door uw' troost,
In nood, ten engel zijn.
En daarom, o Menschlievendheid!
Zijt ge allen stand gemeen,
En daarom straalt gij, als de zon,
Om heel den aardkloot heen.
Maar wee den koele, in goud of pij,
Wien nooit uw invloed treft.
Die hulp noch traan voor 't lijden heeft,
De deernis nooit beseft!
Drukk' God hem nooit door ramp of leed
Het hoofd zoo diep ter neêr.
Dat hij, O Mcnscbenliefdc! uw' troost
Uit nood heseffen leer'!
JAI SCH0CTB5.