Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 27 —
Smeltend in ontelbre tranen.
Hier de zon van uw geluk
Aan betrokken hemel tanen, —
Hier ook was het dat zij weèr,
Vrij van uitgestormde vlagen,
Uit den zeeplas op kwam dagen,
Lonkte op uw landouwen ueèr:
Hier, hier ,mogt het God behagen.
Dat ge uw' wriLEM wederzaagt.
Die uw grootheid schiep cn schraagt.
Wat ons voormaals drukte of griefde.
Of de denkwijs hier verdeeld.
Alle wonden zijn geheeld
Door zijn vaderlijke Liefde.
Thans in wil en meening één,
Hart en armen zaamgesloten.
Staan we om Vaderstam en Loten
Als een stalen ringmuur heen.
1826. j. immekzebl, J"^.
mm SGULIEYE« DIIEID.
Als ramp en onspoed slaat en rooft.
Welzalig dan de man.
Die onbekrompen helpen wil.
En onbekrompen 't kan!
Maar 't is niet slechts door geld en goed,
Dat ge, o MenschlievendheidI
Uw afkomst toont uit hooger spheer,
Uw zalvend nut verspreidt: