Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 18 —
„ Ik schuilen in een bomvrij bol. ..
„Ik veilig zijn, als andren 't leven
„Voor 't Vaderland ten beste geven? —
„Neen — bij deez'haard, in eer vergrijsd!
„Het perk des roeojs zal 'k niet verlaten;
„Mijn l>llk, mijn voorbeeld kan nog baten,
„Wanneer mijn arm geen dienst bewijst;
„De jongling zal mij zien, en leeren,
„Hoe mannen doodsgevaar trotseren."
Toen had bij 't burgplein rondgeblikt
En zich een tronk tot zect gekoren;
"Want Hollands driekleur stond te gloren.
Aan d'oorlogsstander vastgestrikt:
Daar zat bij in de kogelvlagen.
Als viel er 't vocht der lentedagen.
Van 't mnrgenkrieken zat bij däär,
En, knalde alom het schutgedonder,
Zijn basstem smolt er 't Volkslied onder,
En 't werd herhaald door Hollands schaar.
Ziju gloed ontvoukelde aller harten;
't Was, wie om 't stoutst den Gal zou tarten.
De zestiende ochtend rees uit zee:
Min standvast dan de kleine bende.
Was 't slot tot gruis gebeukt in 't ende;
Vebtij zat op een puintrofee.
Nng woei de driekleur, maar aan flarden:
„Volharden!" riep hij, „toch volharden."
Dat zag — daar ze uit het luchtazuur
Naar grootheid vruchtloos zocht op aarde.
Totdat zij 't Antwerpsch slot ontwaarde.
Een eiland in een zee van vuur,—