Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 25 —
De ziel des dwiugiands vaart ter kelk.
En Teil ijlt voort door rots en dal;
Daar 't heldenstuk, door hem bedreven,
Ziju [Land het sein ten opstand geven
En van het dwangjuk vrijen zal.
J. IMMBBZEEI, J^.
IVOOIT OEXOEQ.
Allen streven
We in de loopbaan van het leven
Naar het doelpunt van 't geluk;
't Lokt van onze prille jaren.
Tot wij, met vergrijsde hairen,
Stromplend onze rustplaats naadren
Op den laatsten wandelkruk.
Dezen zegen
Aehten we onbepaald gelegen
In 't bezit van wat ons vleit.
En in 't levenslang ontberen
Van al 't kwaad, dat ons begeeren
Spijtig dwarsboomt in 't genieten
Onzer hoogste zaligheid.
Mafti» we derven
Doorfjaans meer dan wij verwerven :-
't faalt aan rijkdom, rust of eer;