Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— i2 —
De zon gaal onder; donkrc wolken
Verdikken 't duister van den nacht;
En, stromplend in ontilbre hoeijen,
Moet Teil zich naar den oever spoeijcn,
Omsingeld door drieduLble wacht.
Zijn' breeden mantel ingewikkeld.
Sloop derwaarts Gesier reeds vooruit. —
Men rept zich, strand en lioord te winnen ;
Men sleui't den Zwitser vloekend binnen.
En smakt hem neêr iu 't bol der schuil.
De kiel steekt af; de zeilen vangen
Het labberkoeltje dat er blaast.
Een tiental riemen plompt in 't water,
En 't zeilgefladdcr, 't roeigcklater
Wordt door 't gebergte rondgekaatsl
Men vult de banden en de bekers
Met dubbel sold cn geestrijk nat.
Zóó moet dc trouw cn kracht zich voeden.
Zóó 't vaartuig sneller henen spoeden
Door 't sop, dat om den steven spat.
In mijmering aan 't stuur gezeten.
Bepeinst de Landvoogd, tot wat straf
De trotsche muiter dient verwezen,
Opdat bij niets meer hebb' te vreezen.
En aan de wet haar zoen verschaff'!
Zóó dacht hij, maar zijn eigen vonnis
Was in den hemel reeds geveld:
De strafhcraut doorklieft de ^wolken,
Terwijl hij uit den schoot der kolken
Dru geest der wraak ter bulpc scheldt.