Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
- O -
En hare romle schijf kaatst, van tle liemellrauscii,
IVaar 't slapend schcpslcnrijk de ontleende zonneglansen.
Dan, waarom elke star, die in den ether hangt.
Haar eigen licht geeft, of 't van anderen ontvangt,
Endoor wat veerkracht zij zich voortrolt op haar paden -
Blijft nog de wijsgeer in zijn wereldstelsels raden.
IViets weet hij, dan alleen dat Hij, die alles schiep,
Die uit den Ghaosnacht en aarde en hemel riep,
IVog duizend werelden, ook uit het niet getogen.
Kan op doen rijzen, door zijn enkel wenkvermogen.
Naauw heeft de zon haar toorts bij ons in't west gebluseht,
Of't eerste daglicht straalt op 's tegenvoeters kust.
Daar ziet de veldling weêr Auroor baar glansen spreijèn
En drijft het wollig veê ten stalle uit, in de weijen;
De vroeg ontwaakte boer, ten arbeid hcengesneld,
Doorklieft met kouterstaal bet onbeploegde veld.
En, wijl de logge slaap ons hier wiegt in zijn kluister.
Brandt ginds de zon hem 't hoofd, in vollen middagluister.
Doch zoo de dagvorstin zijn horizon verlaat.
Dan kleurt aan onze kim de vroegste dageraad.
Dan voert de duisternis, deez' hemelkring ontweken.
Haar heerschappij terug naar gindschc wereldstreken.
Zoo wisslen dag cn nacht, bij tijds, elkandren af.
Ze ontwijken beurtling ons, wc ontwijken hen in 't graf,
In 't rijk der scbepslen is er niets, neen niets, bestendig.
Dc mensch is beurtelings gelukkig of ellendig.
Eens vallen zou en maan, eens breekt de wereld.is.
God, God «illccn blijft steeds hetgeen Hij is en was.
J. F. WIILEMS