Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 6 —
,„ Hergeef, gy, Roover, dees uw prooi —
,„Of—sidder voor mijn zwaard!" —
Ik siddren'i ik! roept Heusden uit,
Kloekmoedig, maar bedaard:
J)e Hemel schonk my Jldaas hart;
Ik smeekte ti om haar hand.
'A Ben Bidder, Vrijheer, u gelijk;
En Koningen verwant. —
„, Ik, Vader."' — Ja, uw telg ten heil.
TVees Vader; geen tyran!
Het hart neemt geen beveldv;ang aan;
Be liefde gruwt daarvan.
Het Godlijk oog waakt over de Echt:
Van God, de Huwlijksmin!
Ontmenschte, streve mu overmoed
Baar vruchtloos tegens in!
Een heilige Echt voor de eeuwigheid
Verbindt ons hart en hand.
En zegende haur ktiischen schoot
Boor 't teederst liefdepand.
Verstomt gyi — Trap uw telg op 't hart,
JVreedaartige barbaar!
ytls Vader hebt gy diep gegriefd;
Voleind als Moordenaar!
Of— keer tot menschlijkheid te rug,
En hoor de stem van 't bloed;
En dan — zie 't bloed van Teisterband
Met Ada aan %iw voet! —
Den Grijzaart beven hart en knién:
Zijn oog ontvloeit een traan. —
Zijn kroost, en Hensden, aan zijn voet! —
Hy ziet ze zwijgende aan.