Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
„ t Is ïlcustleii! (l oept zy) llemcl, ilauk!
„Ja, 't is mijn Echtgenoot!
„ Zijn weerkomst vloog mijn hoop vooruil:
„ Ily redt my van de dood!"
Men opende; — de Ridder stijgt
Langs d'ouden marmertrap : —
Men hoort door 't holle gangportaal
Den weêrgalm van zijn stap. —
Daar vliegt hem de Ega nu om 't hart;
Daar zinkt zy aan ziju knie.
„ Ach (zegt ze), de Almacht zij geloofd,
„Dat ik u wederzie!" —
ff^at deert u, Dierbre} — „Zie slechts om!
„Beschouw wie voor u staat;
„ En dan, Geliefde, vraag niet meer,
„ Waarom my 't hart dus slaat." —
De schildknaap nadert met zijn toorts,
De Burchtzaal is verlicht:
Tf^at wonder! roept de Ridder uit:
jyat komt my voor 't gezicht!
-y
lloe! zegt hy, JEnglands Koning hier!
,„Hoe' Heusden (roept de Vorst)!'"—
En zy schreeuwt „ó Mijn Vader," uit,
Met sidderende borst.
„ó (Roept zy)! 6 vergeef!" — en valt
Dien Vader aan ziju voet;
En Ethclyn zich-zelv' ontrukt.
Verstijft en kookt het bloed
„, Ja (zegt by), 'k ben die Ethclyn,
,„Dic vader zonder kind,
,„ Die 't hier den Roover wcdercisehC ,
„, In wiens geweld by 't vindt