Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
J -
'I
■M
g?
iif

: t
HEIHWEE.
Een nameloos verlang-en
Verlieft zieli in mijn hart.
o Adem in mijn zangen
Gij, lang verholen smart!
Mij scheidt de onmeetbre waterplas
i I Van 't land, waar ik gelukkig was.
, ■ V Als lentezonnestralen
„t Zich spieglen in bet meir,
- Dan zet ik menigmalen
Mij op deez' heuvel fleer;
i|i'- Dan zend ik, van dit vreemde strand.
Ij Mijn groet aan 't dierbaar vaderland!
"5 Daarheen, naar gindsehe dreven.
Waar mij de lente omscheen,
É[ ■ Waar 't zorgloos kinderleven,
I In blijden droom, verdween;
t ' , Daarheen, naar gindsehe verre kust,
I Waar de asch van mijn geliefden rust.
^ Reeds vloden vele jaren,
j Sinds ik die kust verliet,
^ Maar grijzen ook de hairen,
i j Het hart veroudert niet;
En, dweepend in bet blij verleên.
Roept nog mijn hart daarheen, daarheen.'