Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE eiOEDi: PIET.
EXBAKTEBSCBETS.
Piet is te goed; dat bleek zoo vaak.—
Ik moet den man beklagen;
Hij volgt nooit eigen zin of smaak,
Om andren te behagen.
Hij 's wonder buigzaam van gemoed:
De goede Piet is al te goed.
Hij is niet lui, geen dagdief, neen.
Het werken kan bem streelen:
Maar toch — hij kan geen vriend alleen
Partijtjes laten spelen;
Al eischt zijn eigen dagtaak spoed —
Piet laat baar... hij is al te goed.
Hij- is geen di-inker, waarlijk niet:
Het zwelgen staat hem tegen:
Maar als men hem een glaasje biedt.
Dan dient hij 't toch te leegen.
Ook is een vriendscbapsteug zoo zoet....
Piet krijgt eeu roes.... hij is te goed.
Hij legt zich gaarne vroeg ter kooi.
Dan kan hij 't vlugst ontwaken;
Maar somtijds schijnt de maan te mooi.
Om nog naar rust te haken.
Hij gaat.... wordt door een' vriend begroet;
Die sleept hem meé.... Piet is te goed.
Piet haat verblijven, waar, bij wijn
En ongebondenheden.
Steeds ouvermijdbre klippen aijn