Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
AFSCHEID.
Wat vraagt ge of naam of staat aan d'uitgedrcven balling.
Die niets dan 't naebtverblijf in deze uw bofomwalling,
Een bandvol legerstro, een drooge zemelkorst.
En zuivren dronk verlangt tot lessing van zijn dorst.
Ge ontfangt geen' onverlaat, geen zwervend' onbekende.
Door levensstand of schuld gemeenzaam met de ellende;
Geen strafbre, wien het hart beschuldigt van zijn leed ;
Wien 's Hemels wraak vervolgt en op de hielen treedt.
Neen: door mijn' staat verplicht voor 't heilig recht te
(spreken.
Was trouwe aan eed en plicht mijn eenigste verbreken.
En moedwil, wien 'tgeweld den staf in handen gaf.
Stiet me uit mijn' eerestand in 't aaklig jammer af.
Maar waarom zoude ik umijneerbren naam verbloemen?
Reeds hebt gij door 't gerucht hem mooglijk hooren
(noemen:
'k Ben Bilderdijk. — Ge ontzet? Nu kent ge heel mijn lot.
Die naam is nergens vreemd, waar de eerbied woont voor
(God.
De snoodheid heeft dien zelv door d'aardbol rondge-
dreven ,
En door haar brandmerk hem een eeuwige eer gegeven.
Hem drage ik, fier daarop, zoo verr'my de Almacht leidt,
Eu hy beveelt me alom aan deugd en menschlijkheid.
DeGodheid zorgt voor hen, die naar Heur roeping hooren;
Haar volgde ik: 't staat aan u, Heur stem in 't hart te smoo -
Ik verge, in 't geen ik vraag, een kostelooze hulp. (ren.
Gy weigert ze aan uw' God? Vaai'wel dan, arme stulp!
Ritzhuttcl. bildekdijk.
(In den tijd van 'siaans ballingschap.)