Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
En als de Deeember ten einde zieb spoedt.
Dan zingen de hemelscbe koren:
„Verheug u, gij aarde! kniel neder! Begroet
„Den lledder! — uw God is geboren!"—
Dan stroomen de vromen naar 't huis van den Heer
En storten aanbiddend en dankend zich neêr.
Gij, schoonste der dagen! hoe rijk is uw pracht,
O Dag, die van weelde doet wecnen;
Toen God, ter vei'zoening van 't zondig geslacht.
Op de aard in bet vlCescb is verschenen! —
Uw luister maakt duister al d'ovrigen glans;
Uw heil is der heilmaand een hemelscb^ krans.
En sluit dan December zijn vlugtig bestaan
En vleit zich het jaar met hem neder.
Dan meldt ons dc doodklok buu snellijk vergaan;
Dan vragen wc: „ is 't waarheid?... Alweder?!"-
Dan schrikken we en blikken terug; maar de stem
Van God in ons binnenst verheit ons tot Hem.
Dan weenen we om onze verwanten in 't graf.
Ons dwalen eu 't leed dat ons griefde;
Maar Hij , die zijn woord en bet aanzijn ons gaf.
Hij troost en Hij toont ons vol liefde
Ka weenen hercenen, verzoening na strijd:
De wieg des Verlossers bij 't graf van den tijd.
Zoo rijk is December, voor geest en gemoed.
Aan hemelscbe en aardsche genuchten;
En daarom ook is hij ons welkom eu zoet.
Al beeft hij geen bloemen, geen vruchten.
Zijn schatten bevatten oneindig veel meer;
Dies houden wij dankbaar December in eer.
1835. c. c. wiTnvij».