Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
Zij trekken verder, gapen wijder,
Maar hooi, noeh brood, noch snaps te koop!
Geen troost voor voetknecht of voor rijder! —
Want waard en bakker op de loop!
Men vloekt, men raast, men slaat aan 't schelden,
En vraagt: „waar schuilen nu de helden,
„ Die zoo veel wonders ons vertelden
„Van hunnen moed om spits te biên?
„Daar wij, waarheen wij mogen kijken,
„ Parbleu I bier held of heldsgelijken,
„Geschut, geweer noch kogels zien!"
„Heeft de oude Joost misschien de klaauwen,
,, Tot ons verderf, in 't goochelspel;
„En spoken er hier bijtebaauwen,
„Of Ifegros uit het diepst der hel?"
Toen zei Hans Warsch, die doorkwam dringen
In 't midden van de muitelingen :
,Wat haalt gij u al vreemde dingen,
jMijn goede menschen! In het hoofd!
,Ik heb met uwe legergrooten,
, Alléén, een krijgsverdrag gesloten;
, En 'k vorder wat men heeft beloofd.'
Met komt Cordova aangereden;
Hij hoort en spreekt: ,, des Spanjaards woord
,, Is heilig als de heiligste eeden,
„ En 'k zal 't gestand doen, zoo als 't hoort."
En nu zijn' klepper afgestegen.
Betoonde hij zich Hans genegen.
Beschonk hem met een' eeredegen;
En toen, na weinig tijdsverloop.
De herders mét de kudde keerden
Eu huis en tempel weèr stoffeerden.
Hief hij den jongen Hans ten doop.
--»- j. jhmibzikl, f.
8