Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 112 -
De president verzocht de Heeren,
Zij mogten even bniten gaan;
Men zou terstond delibereren.
En op den voorslag zich beraan.
Hij trok de schel, ontsloot, verzelde
Hen naar een zijvertrek, vertelde
Hun sprookjes, sloop eens weg, en schelde
Hen weder binnen; maar zijn oog
Bleef altijd gluren, onder 't slooren.
Of zij den blinddoek soms verschoven,
En dus zijn hoop in damp vervloog.
Van bode in president herschapen,
Sprak hij: „Mijnheeren! 'tfaalt ons niet
„Aan heldenmoed of heldenwapen,
„Aan magt van kruid of lood; maar ziet!
„ In plaats van haglijk onderwinden,
„Zou ligt uw voorslag bijval vinden,
„Wanneer ge u plegtig wilt verbinden,
„Dat onze godsdienst, lijf en goed
„Hier vrij en veilig zullen blijven.
„Doch wilt gij dit niet onderschrijven,
„Koopt dan de zege voor uw bloed!"
Nu spreekt men over, spreekt men weder.
In 't eind' wordt alles toegestaan.
De hamer valt bezecglend neder.
De Spanjaard baast zich heen te gaan.
Straks wordt de valbrug neergelaten;
Strakt trekken ruiters en soldaten
De poort in, door de leëge stralen.
En vinden alle vensters digt;
Geen enkle deur, geen' winkel open! ^
Zij wanen ieder weggekropen.
En lagchen om dit vreemd gezigt.
X,