Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— m —
No{{ was de R^ad niet zaamgekomeu,
Toen, door twee boden ingeleid,
't Geblinddoekt paar bad plaats genomen
Met eebte Spaansche boflijkbeid.
Stil was het binnen, woelig buiten:
Men hoorde beurtlings trommen, fluiten,
Geweergerom mei, poortontsluiten ,
Gemor, gekibbel op de straat.
Toen sloop Hans Warsch weêr zachtjens binnen ,
En deed de zamenkomst beginnen
Yan d'achtbren Ogerheimschen Raad.
Geheel de zaal werd vol beweging:
Geritsel hier, geschuifel daar,
Yermengd met handslag, voetenveging.
Gekuch en fluistren met elkaar.
IVu klonk een holle stem in dc ooren;
Dan deed zich, in 't gedruisch verloren.
Het flaauw geteem eens grijsaards hooren.
Die strompelde op den wandelstok.
En onder 't momplen, snuiven, loopen.
Ging telkens gang- en zaaldeur open.
En had de kamerschei het drok.
Zoo duurde 't eenige oogenblikken.
Toen werd het stil. Elk lid des Raads
Scheen zich in 't éergestoelt' te schikken.
En Hans nam aan hun hoofd nu plaats.
Geen stcrvling handelde ooit bekwamer
Dan hij den Ogerheimschen hamer:
Zijn klop weergalmde door de kamer,
Ten teeken dat de Raad nu had
Zijn zitting deftig aangevangen.
De Spanjaards meldden hun belangen.
En eischten de overgaaf der stad.