Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— liO —
De ki'ijgsklaroen doet weêr zieh hooren.
„Wie daar?"— ,Een hopman vraagt gehoor.
,Sluit open, of gij zijt verloren,
, Want vuur en staal baant ons dan 't spoor.'
„Ha! wil die dreigementen sparen!
„Wij laten hier ons niet vervaren,
„Als of wij op een naaischool waren;
„Maar hoor, wij willen niettemin
„Wel eens een woordje met u spreken."
Hij roert de trom, en, op dit teeken.
Laat hij een koppel Spanjaards in.
Doch eer ze een' stap naar binnen mogen
En zien hoe 't daar geschapen staat.
Bindt hij hun elk een luur voor de oogen.
Zoo leidt hij hen geblind langs straat;
Doet, schijnbaar, hier affuiten mijden.
Of kogelhoopen overschrijden;
Treedt daar een hinderlaag bezijden;
Roept, groet, beveelt, verjaagt, beknort.
En maakt ruim baan aan wederskanten,
Tot dat nu door de krijgsgezanten
De raadhuistrap beklommen wordt.
(Zoo listig kon hij zulks besteken:
Want zie! onze afgerigte kwant
Wist beter uit zijn buik te spreken
Dan Alexandcr naderhand.
Of de album over is gebleven.
Waarin poëet en wijsgeer schreven.
Om lofspraak aan zijn kunst te geven.
Vind ik in geen kronijk vermeld;
Maar onder 's werelds Gastrilogen
Wordt hij, om 't wonder buikvermogen,
Als eerste matador geteld.)