Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 2 —
De valbrug daalt, de poort ontsluit.
De Reizende treedt in,
Eu wordt de Burchtzaal opgeleid
By Roberts gemalin.
Ziju houding fluistert eerbied in;
Hy draagt den boezem boog;
En meer dan krijgsmans waardigheid
Ontscbittert aan zijn oog.
Zijn stem, scboon thands door 't wéér verschraald.
Klinkt deftig uit de borst;
En ieder voetstap, ieder wenk.
Draagt kenmerk van een Vorst.
Zy-zelve zit met óéne Maagd
(Die aan beur zijde staat,)
De hand aan 't auorrend spinnewiel,
£n spint een purpren di'aad.
Een zilvren lampjen aan 't gewelf
Geeft flaauw ea scheeau-end licht,
En werpt een schaduw over haar.
Maar schijnt hem in 't gezicht.
„Wees welkom (zegt ay), vreemdsUng;
„Ontschuil hier 't baldrend weer,
„ En smaak hif r 't brood van onze teelt,
,, En zit bemoedigd neêr.
„Zie daar een zetel; hier den disch,
,, Met avondbrood gedekt;
„En 't zachte leger wordt gespreid,
„ Dat gy uw leden strekt!" —
„,Ik neem, (dus spreekt hy,) eedle vifluw,
,„ Uw aanbod dankende aan; /
„, Uw dak, uw broody uw waterdeonk?
„, Als moede en mat gegaan.