Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— i09 —
Cordova trok met vliegend vendel
Op Ogersheim verwinnend voort.
Men wierp de poort op slot en grendel;
Doch wie, door lauwereer bekoord.
Gewaagden weerstand mogt verkiezen, —
Wat veel of weinig kon verliezen,
Dat pakte voor en na zijn biezen
Bij schemeravond en bij nacht.
Dc raadzaal werd het eerst verlaten;
Toen werd bet leèg in huis en straten,
En eindlijk droste zelfs de wacht.
De laatste, die baar piek ging schuren.
Was 't vroedwijf, dat bij Hans een' spruit
Zoo even stak in de eerste luren,
En vies was van de lucht van 't kruid.
De kraamheer zag haar henen strijken.
Liet wederzin noch argwaan blijken;
Maar liep eens even buiten kijken.
Toen merkte hij hoe laat bet was.
En, lagchend om de bloode hazen.
Hoort hij juist een' trompetter blazen.
Die voor de poort stond op dat pas.
„Wacht, sprak hij, maat! ik kom je spreken.
„Gij zult niet weten, naar ik gis,
„Dat man cn maagd is uitgeweken,
„En Hans alleen bier vijand is."
Zijn slaapmuts in een' hoek gesmeten,
Nog fluks een hompje worst gegeten,
Eu toen zijn zwaard, nog'nooit gemeten.
Op zij' gegord, een luur of wat
Ter smuik de vuurmand afgetogen.
Trok hij, met krijgsmansvuur in de oogen,
I>'a.ir 't eindje der berende stad.