Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESPIEeELrOe.
I
De dag' was brandend heet;
Het aanzigt baadde iu zweet;
Aamechtig en vermoeid.
Den voet door 't zand verschroci((,
Ging in een eenzaam oord
De wandlaar langzaam voort.
Verzengend stak de zon.
Geen koele beek of bron
Bood oji zijn bogtig pad
Hem haar verkwikkend nat,
En pijnlijk neep de dorst
In de uitgedroogde borst.
Hij sleepte, traag en bang,
Den voetstap uren lang
De slingersporen rond^
Eei- hij een plekje vond.
Dat de armen hem ontsloot,
En vocht en lommer bood.
Hier zijgt hij dankbaar neêr.
En krijgt den adem weêr.
En zamelt in de rust
Weêr verschc kracht en lust.
Een andre trekt voorbij
In stille mijmerij,.
Of kiest ook de eigen plek
Tot rustplaats cn gesprek»