Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
Het leed getroost, zoo 't mij gebeurt,
Dat, eer gij me aan die kust doet landen.
Gij 't wrevelmoedig hebt verseheurd.
1834. 3. imjuebzeel, j^
STUDKEREIT.
Een Oom van Loshoofd den Jurist,
Die 't luehtig Pfeefjen wegens 't blaffen
Op drokke studie wou bestraffen.
Lei, zonder dat de knaap het wist.
Terwijl hy in de kas met boeken
Hetgeen er stond scheen door te zoeken,
In 't Gorpus Juris een dukaat.
Hy ging, en kwam na drie vier weken
Hem op zijn kamer weêr eens spreken.
En hoorde weêr den zelfden praat.
]\u, zei hy toen, het zal wel blijken.
Hy greep het boek, en zoo terstond
Viel 't gouden geldstuk op den grond,
"t Geen KeeQen wonder op deed kijken.
„'k Zie (zei hy) dat ge schoon studeert;
„Maar echter zoo gij deze weken
„ In 't Corpus Juris hadt gekeken,
„ Gy hadt dit stuk daaruir get-eekb."
bilbeepi/k.