Boekgegevens
Titel: Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Auteur: Brogtrop, A.J.M.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2318
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204252
Onderwerp: Wiskunde: analyse: algemeen (wiskunde)
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Vorige scan Volgende scanScanned page
224-
25. A gaal van P naar Q en vorderl dagelijks O uur. B ver-
Irekl 5 dagen laler uil P en vorderl dagelijks 8 uur. Als
zij gelijklijdig in Q aankomen, hoe ver ligl P dan van Q ?
26. A verlrekl uil P naar O op denzelfden lijd, dal B uil Q
naar P. verlrekl. Als zij elkaar na 42 dagen onlmoelen en
de afsland der plaatsen 12Ü uur bedraagt, vraagt men ieders
snelheid per dag, indien A na de ontmoeting nog 8 dagen
te wandelen heeft, alvorens Q te bereiken.
27. Uit A verlrekl een voetganger naar B met een snelheid van
5 KM per uur. Te B. aangekomen, blijll hij daar 40 uur
en keert dan met dezelfde snelheid terug naar A. Hij ont-
moet op zijn terugreis 40 K.M van A een ruiter, die 4 uur
later uil B is gereden dan hij uit A vertrok. Als die ruiter
steeds 40 KM per uur allegde en 24 uur te A vertoefde,
hoe groot is dan de afsland van A en B ?
28. Een schaatsenrijder, die op een bepaald oogenblik een ander
5 van diens slagen achter is, wil dezen inhalen. Hoeveel
slagen moet hij daartoe maken, als hij 5 slagen doet tegen
de andere 3, maar in 3 slagen slechts zooveel vordert als
de andere in 2 ?
29. Een legeering van goud en zilver, wegende 9,9 DG, ver-
liest in 't water 0,7 DG aan gewicht. Als goud in 't water
en zilver g^j- aan gewicht verliest, hoeveel DG goud is
er dan in die legeering?
30. Als men in een getal van 3 cijfers, de cijfers der eenheden
en honderdlallen onderling verwisselt, verkrijgt men een
gelal, dat 396 grooter is. De volstrekte waarde van het
cijfer der tientallen is 3 minder dan die van 't cijfer der
eenheden en de som der cijfers op de plaats der tientallen
en honderdtallen is 43. Welk getal wordt bedoeld?
Met twee onbekenden.
34. Volgens elk der vier methoden de wortels te vinden der
gelijktijdige vergelijkingen :
3x -f 2y = 40 en 4x — 3y = 25.
3x —4 8 5x —2 9
32. Vind x en v uit:

15
en
3y-3
11