Boekgegevens
Titel: Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Auteur: Brogtrop, A.J.M.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2318
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204252
Onderwerp: Wiskunde: analyse: algemeen (wiskunde)
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-188
gelallen 10460Ü en 104700 inligl, die 100 verschillen, moei men
y^ö van 42 bij de laalsle decimalen der manlisse van 104600
optellen: men neemt dan daartoe het tiende deel van 29,4, d.i.
2,94 of 3. Log. 104607 is dus 5,01953 + 0,00003 = 5,01956.
§ 14. Moet men het getal zoeken, dat bij een gegeven loga-
rithmus behoort, dan zoekt men eerst welke cijfers van 'l gezochte
gelal bij de gegeven manlisse behooren en vervolgens bepaalt men
met behulp van den gegeven wijzer de betrekkelijke waarde dier
gevonden cijfers.
Zij gevraagd, welk getal 0,02623 tol logarithmus heeft.
Men zoeke eerst in de tafel, waar de mantissen te vinden zijn,
die 02 lot eerste deciniaalcijfers hebben. Vervolgens zie men, in
welke kolom de andere drie decimalen 623 staan.
In het tafeltje van § 12 vinden wij 1087 als de cijfers van 't
gezochte getal, dat slechts één cijfer in de geheelen heeft, omdat
de wijzer O is.
Wij kunnen daarom schrijven: Num. log. 0,02623 = 1,087.
»Num. log." beteekent Numeris logarilhmus of het getal, waar-
van de logarithmus gelijk is aan 0,02623.
Zoeken wij nu Num. log. 4,00704.
Afgezien van den wijzer ligt de manlisse 00704 tusschen 00689
en 00732 in de tafel. Bij 00689 behoort hel getal 1016, bij
00732 het gelal 1017.
De mantissen 00689 en 00732 verschillen 43, de gelallen, die
er bij behooren, 1.
De mantissen 00689 en 00704 verschillen 15, d.i. || van het
Ie verschil, daarom verschillen de bijbehoorende getallen ook ||
van 1 of bijna 0,35. Het gevraagde gelal heell dus de cijfers
101635 en daar de wijzer 4 is, zal het gelijk aan 10163,5 zijn.
II van 1 kunnen wij ook uil hel lafellji^ der (wenredige deelen
vinden op de volgende wijze:
In de kolom onder 43 wijst 12,9, als het dichtst bij 15 ko-
mende , aan, dat de getallen zeker 0,3 verschillen. 15—12,9 = 2,1.
In dezelfde kolom komt hel 10e deel van 21,5 hel dichtst bij
2,1, waaruil volgt, dal de gelallen nog bijna hel 10e jeel van
0,5, d. i. 0,05 verschillen. In "t geheel verschillen zij dus on-