Boekgegevens
Titel: Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Auteur: Brogtrop, A.J.M.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2318
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204252
Onderwerp: Wiskunde: analyse: algemeen (wiskunde)
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-W
10
Wij hebben derhalve — 7 < — 3. Wel telt het eerste lid der
zoogenaamde ongel ij k beid meer eenheden dan het tweede en
in zooverre spreekt men van de grootere volstrekte waarde
van dat eerste lid, maar om in de algebra de eigenschap uit de
rekenkunde te kunnen toepassen, dat bij het grooter worden
van den aftrekker het verschil k 1 e i n e r wordt, werd de genoemde
ongelijkheid vastgesteld, aangenomen zooals men dan noemt bij
conventie.
§ 18. Wij leerden in § 9 van dit hoofdstuk, dat men bij de
beide leden eener vergelijking hetzelfde getal, hetzij positief of
negatief, mag optellen. Daar elke aftrekking op een samentelling
neerkomt, mogen wij ook van beide leden eener vergelijking het-
zelfde getal, hetzij negatief of positief aftrekken.
Trekt men bijv. van beide leden der vergelijking
X -}- 3 — 4 = 10,
den tweeden term van 't eerste lid, nl. + 3 af, dan komt er
X — 4 = 10 — 3.
Trekt men van beide leden nog —4 af, dan verkrijgen wij,
omdat het aftrekken van — 4 neerkomt op een bijtellen van 4:
X = 10 — 3 -h 4.
Uit de beschouwing van de Ie en 3e vergelijking blijkt, dat
een term uil het eene lid in hel andere kan overge-
bracht worden, mits zijn teeken worde veranderd.
de vermemgvuldiging.
§ 19. Door de vermenigvuldiging met algebraïsche getallen leert
men een getal eenige malen nemen in denzelfden of in tegenge-
stelden toestand, naargelang de vermenigvuldiger positief of ne-
gatief is.
Het getal, dat vermenigvuldigd wordt, heet het vermenig-
vuldigtal.
Het getal, waarmee men vermenigvuldigt, heet de vermenig-
vuldiger.