Boekgegevens
Titel: Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Auteur: Brogtrop, A.J.M.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2318
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204252
Onderwerp: Wiskunde: analyse: algemeen (wiskunde)
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Elementaire algebra voor lager en middelbaar onderwijs: handboek ten dienste van allen, die zich aan een examen in de wiskunde wenschen te onderwerpen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ook zijn 2 = 3, — 4 = 4., — 3 = —5, kortom alle ver-
gelijkingen , wier beide leden niet dezelfde waarde hebben, valsche
vergelijkingen.
§ li. Om uit te drukken, dat de letter x de waarde —4
heeft, schrijft men: x = —4.
Alleen als men voor x de waarde —4 in de plaats stelt, is
de bovenstaande vergelijking een gelijkheid. Men zegt, dat de
waarde — 4 voor x aan die vergelijking voldoet, dat deze
doorgaat voor die waarde der onbekende, gelijk men de
letter x pleegt te noemen.
Zulk een vergelijking heet een niet-identieke.
In het vierde hoofdstuk komen wij op de identieke, valsche
en niet-identieke vergelijkingen terug.
§ i2. Passen wij op een niet-identieke vergelijking, op x = — 4
den regel toe, dat gelijke getallen bij gelijke getallen opgeteld
gelijke sommen lot uilkomst geven, dan verkrijgen wij bijv.:
x-|-5 = —4-t-5.
Het tweede lid dezer vergelijking gaal door herleiding over in -f i.
Tellen wij bij de beide leden der vergelijking x -f 5 = 1 het
getal — 5 op, dan komt er:x-j-5 — 5 = 1 — 5.
Hel eerste lid gaat door herleiding over in x, het tweede in
— 4, wij verkrijgen dus wederom x = — 4.
Het tweede lid stelt nu de waarde voor, die men voor x in de
vergelijking x -f 5 = 1 moet in de plaats stellen, opdat de beide
leden dezelfde waarde zouden hebben.
Men zegt nu, dat x uit de vergelijking x 5 == I opgelost is.
— 4-1-5 is werkelijk gelijk aan i.
de aftrekking.
§ 13. Door de aftrekking van twee algebraïsche getallen leert
men een derde getal vinden, dal bij het eene opgeteld het andere
oplevert.
Dit laatste getal heet het aftrektal, hel eerste is de aftrek-