Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vermeerdering van d» Maans halve middellijn. 77
In den Almanak ten dienste der Zeelieden wordt deze halve middel-
lijn voor eiken dag, op pag. 11, van 12 tot 12", middelharen tijd,
opgegeven. Vindt men, hijv., den van eenige maand voor Maans
halve middellün:
te O" of middag 16' 36" en
9 12» » middernacht 16. 32,
ZOO is het verschil in 12 uren gelijk aan — 4"; waarmede men nu ge-
makkelijk het evenredige deel voor elk oogenblik tusschen de O" en
12" van den 6'^®°, of na O" van den 6''"° kan bepalen, en welk even-
redig deel men vervolgens aftrekt van 16'36'', omdat de halve middel-
lijn , in het hier gestelde geval, afneemt; was het verschil plus of
werd de halve middellgn grooter, dan moest het evenredige deel bij-
geteld worden.
De hoeken, onder welke men de Maans halve middellijn, van het
oppervlak der Aarde en uit het middelpunt derzelve, op één en het-
zelfde oogenblik, ziet, zijn niet even groot. Naar mate de Maan boven
den horizon van eenen waarnemer rijst, komt dezelve inderdaad iets
nader bij hem; voor de Zon en de overige hemelligchamen is dit, in ver-
gelijking van derzelver grooten afstand, van weinig beteekenis en van
geene waarde; bg de Maan kan dit evenwel, als zich veel digter bij
ons bevindende, op derzelver halve middellijn eenen invloed van O'',5
tot 17",9 hebben, hetgeen bij eenige naauwkeurige berekeningen teveel
is, om hetzelve niet in aanmerking te nemen. Tafel XXII bevat die
vermeerdering der Maans halve middellijn voor verschillende hoogten ;
de Tafel heeft twee ingangen, namelijk de schijnbare hoogte en de
halve middellijn uit den Almanak voor tgd en lengte verbeterd. Men
heeft in de berekening der lengte: de hoogte der hemelligchamen als uit
liet middelpunt en van de oppervlakte der Aarde gezien , of ware- en
schijnbare hoogten. Om nu eene Maans schijnbare middelpunts hoogte
te hebben, gebruikt men de halve middellijn van het oppervlak der
Aarde, of de halve middellijn, uit den Almanak, vermeerderd met de
vereffening uit Tafel XXII. Het gebruik der Tafel zal gemakkelijk uit
de ontwikkeling van het volgende voorbeeld blijken:
Voorh. Hoe groot is de Maans halve middellgn voor het oppervlak
der Aarde, als dezelve 38° hoogte heeft, en de horizontale halve middel-
lijn 14'45" is?
De halve middellijn uit den Almanak, voor het oogenblik der waarneming,
en dus, zoo als men zegt, voor lengte en tijd verbeterd is . 0° 14'45"
naast 38° (tusschen 36° en 39°) en onder 14' 40", (als
naast bijkomende ^middellijn der Tafel) vindt-men 8",5
en nog voor 5" (voor het meerdere der halve middel-
lgn) nog 0",1 , en dus is de gevraagde verbetering. • -f- 8 ,6
derhalve de \ middellijn in hoogte . . . . = 0° 14'53",6.
Dus is' de gevraagde halve middellijn van het oppervlak der Aarde
14' 53",6, terwijl die uit het middelpunt der Aarde te zien 14'45" zoude
zijn , als namelijk de Maan 38° hoogte heeft.
Noemen wij in het algemeen M' de halve middellijn der Maan van
het oppervlak en M die zelfde halve middellijn uit het middelpunt
der Aarde te zien, die steeds door de sterrekundige jaarboeken wordt