Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
76 Ooer de schijnhare en ware hoogten van eene Ster of Planeet.
Gescliotene hoogte......46° lO' O"
kimduiking, Tafel XVII.....— 4. 16
ster sehgnhare hoogte ...... 46° 5' 44"
de refraetie uit Tafel XX is O'56",2 — 0",18 of . 56
derhalve is de sters ware hoogte . . . 48° 4' 48''.
In den Zeemans-Almanak vindt men tegenwoordig ook het equatoriaal
horizontaal verschilzigt, alsmede de halve middellijn van de planeten
Venus, Mars, Jupiter en Saturnus van vijf tot vijf dagen op pag. VII
en VIII van elke maand opgegeven , hierdoor kan men ook de schijn-
hare en ware middelpunts hoogten der planeten vinden. Het verschil-
zigt kan op de gewone wijze, door de opgegevene formule, pag. 71,
tot verschilzigt in hoogte herleid worden; de Tafel LUI, die wg uit
het helangrgke werk van guépratte , Prohlêmes d'Astronomie Nautique
et de Navigation, 3° edition, Tome II, pag. 12, hehhen ontleend,
maakt die berekening echter onnoodig en doet ons het verschilzigt in
hoogte kennen. De Tafel heeft twee ingangen of argumenten, name-
lijk: de schijnbare hoogte der planeet en het horizontaal verschilzigt,
en door deze wordt het verschilzigt iu hoogte of onmiddellijk, of door
eene gemakkelijke, op het oog te verrigten , tusschenvoeging bepaald;
bijv., voor 72° hoogte en 8" horizontaal verschilzigt vindt men 2",5
als verschilzigt in hoogte.
6 Foorh. Nemen wij aan, dat men den 14^°° September 1836, voor
de onderrands hoogte van de planeet Jupiter vindt 24° 13' 54"; het
oog 4,2 el boven water zgnde , en geen' stand van Thermometer of
Barometer bij deze waarneming in acht nemende, vraagt men de
schijnbare en ware middelpunts hoogte der planeet?
Uit den Almanah ontleent men:
Equat.
1836 Sent. hor. par. i middellijn.
13 .... I'jP .....16",62
17 .... 1,44 .....16,77.
Men heeft dan:
Geschotene onderrands hoogte der planeet Jupiter = 24° 13" 54"
kimduiking voor 4,2 el uit Tafel XVII . . . 3. 38
halve middellijn voor den 14^"° ....
schijnbare middelpunts hoogte der planeet
straalbuiging voor deze hoogte uit Tafel XX
24° 10' 16"
16 ,7
= 24° 10' 32",7
2. 9 ,2
24° 8' 23",5
. . 1 ,3
Volgens Tafel LUI heeft men, voor 24» hoogte en
1",43 horizontaal verschilzigt, als verschilzigt in hoogte
en dus de ware middelpunts hoogte van Jupiter =■ 24° 8' 24",8.
TAFEIi XXII. Vermeerdering van de Maans halve
middellijn.
De Maans halve middellijnen , die men in de sterrekundige jaar-
boeken opgegeven vindt, zgn de zoogenaamde horizontale halve
middellonen of eigenlijk de grootte der halve middellijnen uit het
middelpunt der Aarde gezien.