Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Over de Zons schijnbare en ware hoogten. 73
de geschotene hoogte (*), en vervolgens de bovengemelde vereffeningen
achtervolgend toegepast. Al de opgegevene verbeteringen kunnen in
de volgende formule zamengevat worden, als :
Ware hoogte = geohs. hoogte + corr. — kimd.^ 2 middell. — refract. + parallaxis . • (A).
Deze formule (A) is gehpel geschikt voor het verbeteren van eene Zons-
en Maans-hoogte, en kan, als er naauwkeurig gewerkt moet worden,
tevens dienen voor het vinden der schijnbare en ware hoogte van eene
planeet. Daar de vaste sterren geene voor ons merkbare halve mid-
dellijn en parallaxis hebben, zoo vervallen bij derzelver hoogten deze
twee termen, en men verbetert dus die hoogten slechts voor de drie
overige termen.
Vraagt men alleen de ware en niet tevens de schijnbare middelpunts
hoogte der Zon, zoo kan men de straalbuiging en het verschilzigt voor
dc schijnbare rands hoogte der Zon bepalen, en door de toepassing
dezer twee verbeteringen krijgt men dan onmiddellijk de ware rands
hoogte, die men vervolgens door de ware halve middellijn der Zon tot
ware middelpunts hoogte herleidt. Wij zullen de toepassing dezer
opmerking bij de Maans-hoogten met een voorbeeld ophe deren.
1 Voorb. Als de Zons onderrands hoogte 8® 15' 10" is, men
12,2 el (of 38 v. 11 d, Rijnl.) boven de oppervlakte van het water
verheven is, en het werktuig, waarmede de hoogte genomen is 2'10"
te veel schiet; hoe veel zal dan de Zons schijnbare en ware middel-
punts hoogte zijn?
O' onderrands geschotene hoogte . . . = 8''15' 10"
de correctie voor het werktuig . . . . — 2. 10
dus O' onderrands hoogte.....—- 8° 13' O"
middelbare kimduiking uit Tafel XVII voor 12,2 el 6. 11 ,5
O' schijnhare onderrands hoogte . . . zzi 8® 6' 48",5
Zons ^ middell. uit den Almanak is 16'5" en verminderd
met 11" voor de hoogte, volgens Tafel XXIV, geeft voor
de schijnbare halve middellijn . , . . . 15. 54
O' schijnbare middelpunts hoogte . . . = 8"22'42",5
middelbare straalbuiging voor deze middelpunts hoogte = — 6. 18 ,1
verschilzigt, mede voor die hoogte . . . = + 8,5
gezochte O' ware middelpunts hoogte . . =8®16'32",9.
Heeft men, in genoegzaam gelijk verloopene tijden, beurtelings de
onder- en bovenrands hoogte van een hemelligchaam waargenomen,
zoo is het gemiddelde uit een even getal hoogten de geschotene schijnbare
middelpunts hoogte, en, in de gegevene algemeene formule (A), ver-
valt alsdan de term + halve middellijn. Is de hoogte van eenig hemel-
ligchaam bepaald door middel van eene kunstkim (artificiele horizon),
zoo is de geschotene hoek alsdan het tweevoudige der schijnbare rands
(*) Wij beschouwen het als niet onbelangrijk den Zeelieden toch vooral aan te raden
en te herinneren i dat het bepalen vau die Index-correctie eene zaak van veel belang
is, die zij nimmer moeten verzuimen en can tijd tot lijd voor hun werktuig moeten
herhalen. Zie over dit onderwerp en hetgeen men bij het gebruik cn bij eene goede
heoordeeling der hoogtemetings-werktuigen al in acht moet nemen, de voortreflTelijke
Verhandeling over Octant en Sextant, door de Commissie der Lengte, waarvan de
onvergetelijke i. b. tan swindin de Schryver is.