Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
72 Over d» zont war* en schijnbare hoogten,
de Tafel bepaalt zieh slechts tot honderdsten van seconden , en stemt
in zoo verre met het hier gevondene getal overeen.
Op gelijke wijze, en mede door dezelfde formule, wordt het ver-
sclii zigt in hoogte voor de overige hemelligchamen gevonden.
Be uitwerking van het verschilzigt op de hoogten der hemelligchamen
is eene verkleining derzelve; dit is de reden, dat het verschilzigt in
hoogte steeds bijgeteld moet worden. .
De grootheden der Tafel worden gemakkelijk bepaald, stel, dat men
den 3'^'"' Februarg, van eenig jaar, 71° voor Zons hoogte heeft, en
men daarvoor het verschilzigt in hoogte onmiddellijk uit de Tafel
begeert te vinden, zoo heeft men: de kolom van Januarij daartoe
nemende, naast 71" hoogte, 2",84 voor het verschilzigt in hoogte.
In de meeste gevallen zal men met genoegzame naauwkeurigheid zich
van de middelste kolom kunnen bedienen. Begeert men nog meer
naauwkeurigheid, zoo kan men voor drie tijdstippen van elke maand
het horizontale verschilzigt der zon uit den Naut. Alm. (pag. 266)
bepalen en vervolgens, naar aanleiding der gegevene formu e, het
verschilzigt in hoogte berekenen.
Zons schijnbare en ware hoogte.
Wg hebben nu vier onderscheidene Tafels, ter verbetering van de
Zons hoogte, doen kennen. Het zal welligt niet ondienstig zgn, nog
eens kortelijk de vereffeningen te herhalen, die men op zee moet toe-
lassen, om eene geschotene Zons hoogte tot eene schijnbare en ware
loogte te herleiden.
1". Van de geschotene of waargenomene boven- of benedenrands
hoogte wordt de kimduiking (Tafel XVII) afgetrokken; de rest is de
schijnbare boven- of benedenrands hoogte der Zon.
2°. Telt men de halve middellijn hij, of (trekt men dezelve af; deze
halve middellijn is in Tafel XIX vervat, meer naauwkeurig echter in den
Almanak. Bij lage hoogten wordt ook de laatste kolom van Tafel XXIV
op de halve middellijn toegepast. De som of het verschil, van schijn-
bare onder- of bovenrands hoogte en halve middellgn, is de schgnbare
middelpuuts hoogte der Zon.
3". Wordt uit Tafel XX voor de schijnbare middelpunts hoogte de
straalbuiging bepaald; en zoo de Zons hoogte met naauwkeurigheid
gevonden moet worden, wordt deze middelbare straalbuiging door
Tafel XXA of Tafel LI en LII, tot de ware straalbuiging herleid.
Eindelijk .
4°. Wordt het verschilzigt ook voor de schgnbare middelpunts hoogte
der Zon uit Tafel XXI genomen. De straalbuiging wordt altijd afge-
trokken , en het verschilzigt steeds bijgeteld. Na de toepassing van
deze vier vereffeningen, krggt men de ware middelpunts hoogte der Zon.
Somtgds heeft de sextant of octant, waal-mede de hoogte genomen
is, eene vereffening of correctie, d. i. het werktuig schiet bestendig
eene bekende en gelijke grootheid te weinig of te veel, deze verbete-
ring of Index correctie wordt eerst bijgeteld of afgetrokken, bij of van