Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ferkl. van TAFELS LI en LIÏ, Over de toart Straalbuiying 71
Bewerkt men het 1° voorbeeld, van pag. 69, door deze Tafels, zoo
heeft men :
Straalbuiging door Tafel XX . . . . = 3'5",1
Tafel LI voor 17" hoogte en 772™«" Barometer -f- 3 ,0
Tafel LII » 17 » en 18 Thermometer —5 ,5
en dus de ware straalbuiging = 3' 2",6; als boven
door Tafel XX A gevonden.
Geschiedt eene waarneming uit eenig vertrek, zoo neme men het
gemiddelde uit de aanwijzingen van den Barometer en Thermometer
binnen en buiten dit vertrek; eindelijk zorge men, dat de Tliermome-
ter cn Barometer niet onmiddellijk aan de zonnestralen zijn blootgesteld
en bij de waarneming zich in de schaduw bevinden.
TAFEIi XXI. Zons verschilzigt in hoogte.
Het geeft in de hoogten der hemelligchamen eenig verschil, of men uit
het middelpunt der aarde, zoo als de sterrekundige Tafels veronder-
stellen, of van het oppervlak des aardbols de hoogte van de zon,
maan of van eene planeet waarneemt, dit verschil in die hoogten wordt
Ferschilzigt of Parallaxis genoemd. Het versciiilzigt vergroot, naar
male de afstand van het hemelligchaam tot de aarde verkleint, liieruit
volgt dus, dat het verschilzigt voor de maan grooter is, dan voor de
zon of eenige planeet. De vaste sterren hebben, uit hoofde van hun-
ne onafmetelijke afstanden, geen voor ons merkbaar verschilzigt. Als
het hemelligchaam zich in den horizon bevindt, is deszelfs verschilzigt
het grootst, en wordt bij liet toenemen of vergrooten van derzelver
hoogte allengskens kleiner: van daar, dat men spreekt van het hori-
zontaal verschilzigt en van verschilzigt in hoogte.
Het horizontaal verschilzigt der maan en van eenige planeten vindt
men in de sterrekundige jaarboeken of Almanakken opgegeven. Even
als met de maan, is ook de zon dan eens verder, dan eens nader by de
aarde; hetgeen de reden is, dat het horizontaal verschilzigt der zon
niet altijd even groot is. Dit verschil in grootte, van het horizontaal
verschilzigt der zon , is echter in de meeste zeevaartkundige berekenin-
gen van weinig lielang. In Tafel XXI hebben wij dit verschilzigt in
deszelfs grenzen en middelbare grootte opgegeven, en als zoodanig
8'',72 , 8'',58 en 8'',44 voor drie tijden van het jaar als horizontaal
verschilzigt aangenomen {Nantical Almanac voor 1843, pag. 266). Het
vei schilzigt in hoogte, dat wij in de Tafel verder voor verschillende
hoogten hebben opgegeven, is door ons, door de volgende formule
voor het verschilzigt in hoogte berekend :
Log.versch.ilz. in hoogte van eenig hemelligch. — log. cos. hoogte +log.harizontaalverschiU.
Foorh. Stel, dat het verschilzigt in hoogte voor de Zon gevraagd
wordt, bijv., als zij 40° hoogte heeft, en laar horizontaal verschil-
zigt 8",58 is, zoo heeft men door de opgegevene formule:
Log. COS. 40° hoogte = 9,8842540
Log. 8",58 horiz.verschilz. = 0,9334873
0,8177413 is de log. van 6",573;