Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 Ferhlaring van TAFEL. XX. Over dë Straalbuiging.
straalbuiging van geene hoogten kunnen bedienen, die minder dan
6 of 7° zijn.
De Tafel is in vier doorloopende afdeelingen verdeeld, en in elk
derzelve bevat de 1'*° kolom de schijnbare hoogte, de 'i"'" de gemiddelde
straalbuiging voor die hoogte, en de 3''® de verschillen der refractie
voor 10' verschil in hoogte. Stel de geschotene hoogte eener ster,
of, dat hetzelfde is, de geschotene hoogte van eenig punt der Zon
11° 35'55", dan wordt de refractie voor deze hoogte aldus bepaald:
Voor 11® 30' hoogte is de straalbuiging volgens de Tafel ... 4' 39",6
verder bepale men een evenredig deel voor de nog niet
iu rekening gebragte 5' 55" of 5',9 aldus :
10' : 5',9 = 3",9 : x', komt voor x ......2 ,3
dus is de gevraagde straalbuiging .... 4' 37",3
de geschotene hoogte was . . « . . 11® 35. 55 ,0
en derhalve is de van refractie gezuiverde hoogte . 11° 31' 17",7.
Deze Tafel is door mij uit de Connaissance des tems overgenomen ;
dezelve is volgens eene formule van la place {Traité de Mécanique
Céleste; tome 4, pag. 267—276) door bouvard en arago berekend.
Zie ook FRAscoEUR {üranographie n®. 363, en zijne Astronomie Pra-
tique n®. 66).
Daar de straalbuiging de hemelligchamen alleen in den loodregten
stand hooger doet scliijnen , zoo heeft dus dezelve geen' directen in-
vloed op het azimuth der hemelligchamen.
Omdat alle hemelligchamen zich buiten den dampkring der Aarde
bevinden, is ook voor alle hemelligchamen, bij gelgke hoogte, de
straalbuiging dezelfde.
TAFEIi XXA. Logarithmen ter verbetering van de
middelbare straalbuiging; naar aanwijzing van den
Barometer en Thermometer.
De straalbuiging, die wij in de voorgaande Tafel XX opgegeven heb-
ben , is eene middelbare straalbuiging, en blijkens het hoofd der Tafel
voor eenen Barometer van O®,760 en eenen Thermometer van 10°. (C. V.)
Naar mate de Barometer rijst of daalt, of de lucht zwaarder of ligter
wordt, en de temperatuur verandert, of zoogenaamd warmer of kouder
wordt, verandert ook de straalbuiging en wordt ook grooter of kleiner.
By het doen van eene waarneming, waarvan men het resultaat met
eenige naauwkeurigheid wenscht te bepalen , of bij het waarnemen van
zeer lage hoogten, teekent men de zwaarte dér lucht, of de hoogte van
den Barometer aan, als ook de temperatuur, of de hoogte van den
Thermometer. De drie eerste kolommen der Tafel geven onderschei-
dene maat-verdeelingen voor den Barometer; en de drie eerste der
laatste vier, de meest gewone graadverdeelingen des Thermometers.
Naast deze kolommen heb ik de logarithmen gesteld van eenige getal-
len , die men als factoren voor dezen invloed van verandering in
zwaarte en temperatuur in de Connaissance des tems vindt opgegeven.
Ik heb gemeend, dat slechts 4 cgfers in het aanvulsel dezer logarith-
men voldoende naauwkeurigheid in deze berekening geven.