Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
C4 Verklaring van TAFEL. XVII. Kimduiking.
temperaturen 2 of 3°, zoo is fle feil van 1 tot 2'. De temperatuur der
zee neemt minder snel toe, dan die der omringende lucht, van daar,
<lat het water eenigen tijd na Zons opkomst gemeenlijk kouder is dan
de lucht, en dus is de kimduiking der Tafel na Zons opkomst iets te
groot; daarentegen des namiddags en tegen den avond iets te klein (*).
TAFEIi XVIÏI. Duiking van de zee op verschillende
afstanden van den waarnemer.
Niet aJtgd heeft de zeeman een ruim of onbelemmerd gezigt; mist
of land hindert hem somtijds eene onbepaalde oppervlakte te overzien,
welk beperkt gezigt liij dan onvrije kim noemt. Dooi' ondervinding
geoefend, is hy veelal in staat te bepalen, hoe ver zich deze onvrije
kim uitstrekt. Zijne lioogte boven de zee weet hij, de afstand, dien
hy kan overzien , is hem dan by gissing of ten naasten bij bekend ,
en door hulp dezer Tafel bepaalt hij alsdan de kimduiking. — Stel,
dat men tot op ^ Duitschc mijl kan zien, en rrien 5 ellen boven het
ojjpervlak van het water verheven is; zoo vindt men in de Tafel, dat
de kimduiking voor dien afstand en die hoogte 4' 12" is.
25" 62
Deze Tafel is berekend door de formule: k =-^— x(A'-j-/j) zijnde
h'= 4,3096a®, als men namelijk k voor de kimduiking, a den afstand
van het verste water en h de hoogte van het oog stelt boven het water.
(Zie Gronden der Zeevaartkunde, door den Hoogl. p. o. c. vorsselman
de heer,,pag. 138.) Nemen wij aan, dat men vraagt, de kimduiking
onmiddellgk te Ijerekenen voor eenen afstand van J Duitsche mijl en
4 ellen hoogte, zoo heeft men:
h' =z 4,3096 X y = 4,3096 x of
h' — 1,0774 en dus h' h = 5,0774
25"
en derhalve k = x 5,0774 = 51",24 x 5,0774 = 4' 20", dat
2
met de opgave der Tafel overeenkomt.
TAFEIi XIX. Zons schijnbare halve middellijn.
De hemelligchamen doen zich aan ons oog voor als platte schijven; inde
berekeningen dient men zich bij een bepaald punt derzelve te bepalen,
en hiertoe bezigt men altijd het middelpunt; onder het observeren is
dit punt echter niet waar te nemen, van daar, dat men zich steeds
tot den rand bepaalt. Ten einde nu die waarneming als tot het middel-
punt te herleiden, moet men oj> den gemeten boog de halve middellijn
toepassen; zijnde deze haloe middellijn gelijk aan de helft van den hoek,
onder welken wij een zoodanig hemelligchaam van de aarde zien. Daar
de hemelligchamen zich niet altijd op gelijke afstanden van ons bevin-
den, zyn ook de schijnbare halve middellonen, of diegene, die wij
eigenlijk van de aarde waarnemen, onderscheiden in grootte; dezelve
(t) c. F. FOUBSUK, Traité de navigation , p. 182. 2 Ed,