Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
54 Ferklaring van TAFEL XI. Ilaloe dag- en nacluhogen.
log. tang. d. = 9,5117760
» cot. br. = 10,6032289
Ouder 17° naast
8,9085471 is de log. cos. van 5" 41"; zijnde
tijd van zons-opkomst; vóór den tyd van ondergang heeft men: 12"
min den tijd van opkomst, of het Hemelligchaam komt op te 6" 19™.
Volgens de Tafel, die op dezelfde wyze berekend is , heeft men :
onder 18® declinatie naast 14' hreedte 6" 19" als tijd van ondergang;
deze tijd weder van 12" afgetrokken, zoo is de rest de tyd van
opkomst.
2. Voorb. Op 13« 31' N. breedte , als de Zon 16° N. declinatie heeft,
wordt gevraagd, hoe laat zij zal opkomen en ondergaan, en welke de
lengte is van den dag en den nacht ?
De Tafel geeft naast de breedte en onder de declinatie :
:13° ... 6" 15
14. . . . 6. 16
12" 31"
2)-
zons ware ondergang te . . 6" 15^°^
12. O
zons ware opkomst te . . 5" 44^™.
2x6" 15^"> (Tijd van onderg.) geeft 12" 31» voor de lengte van den dag.
2X5" 44^ni(Tijd van opkomst) geeft 11"29«> voorde lengte van den nacht.
Ten einde den juisten tyd van de opkomst of van den ondergang te
berekenen, moet men de declinatie gebruiken, die het Hemellig-
chaam heeft, op het oogenblik van het opkomen of ondergaan. Moet
die tyd met naauwkeurigheid berekend worden, zoo moet men dat
oogenblik vooraf zoo na mogelyk trachten te bepalen, ten einde de
declinatie voor hetzelve te kunnen berekenen. De tijd, dien men op
deze wyze verkrijgt, is de ware- of zonne-tyd, welke men op de
gewone wijze door de tijdvereffening tot middelbai-en of anders ook tot
sterrentyd kan herleiden.
Indien de declinatie van eenig Hemelligchaam in de opgaven der Tafel
begrepen is, zoo kan men, als er geene groote naauwkeurigheid ver-
eischt wordt, door de Tafel steeds den halven dag- of nachtboog van
dat Hemelligchaam vinden, en door deze met den doorgangstijd den
tyd van opkomst of ondergang bepalen. De doorgangstijd van eenige
voorname sterren hebben wii in Tafel XXIX opgegeven; die der Maan
en der planeten wordt in den Almanak gevonden, namelyk: voor de
Maan vindt men dien tijd van doorgang voor Greemcich in de derde
kolom van pag. II van elke maand, en voor de planeten Venus, Mars,
Jupiter en Satumus in de vierde en tiende kolom vaii pag. VII en VHI.
De getallen der Tafel kunnen dan, tot het vinden van den tijd van
op- of ondergang der Hemelligchamen, in het algemeen , aldus toege-
past worden :
1°. Zijn de breedte en de declinatie van het Hemelligchaam beiden van
gelijken naam, zoo is de som, van het getal uit de Tafel en den door-
gangstijd, de tijd van ondergang; neemt men den doorgangstijd, zoo
noodig met 12" vermeerderd, min het getal uit de Tafel, zoo heeft men
tot rest den tijd van opkomst van het Hemelligchaam.