Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Over den invloed van het Scheeps IJzer. 53
De Ign, die om den aardbol door die plaatsen gaat, waar de inclinatie
nul is, wordt magnetische Equator genoemd; dezelve is van eene onge-
lijke kromming, en doorsnijdt op sommige punten den aardschen equator.
Het is duidelijk, dat de magnetische afwijking of declinatie, welke
men aan boord waarneemt, meestal meer of min door eenigen invloed
van het Scheeps IJzer aan boord is aangedaan. Deze zoogenaamde locale
invloed van het Scheeps iJzer is op onderscheidene plaatsen weder on-
derscheiden , en blijft zoo lang dezelfde als de inclinatie van gelyken
naam en grootte blijft. Bij elke verplaatsing of verandering van het
igzer aan boord wordt mede aanleiding gegeven, dat de magnetische
locale invloed verandert. Is het yzer aan boord aan wederzijde gelijk
verdeeld, dan zal de invloed van het igzer op het kompas, dat midden-
scheeps geplaatst is, verminderen, naarmate dat de scheeps-kiel de
rigting van den magnetischen meridiaan (of het magnetische noorden
en zuiden) nadert; het schip zich in andere rigtingen wendende, bijv.,
N.0. of Z.W. , of Z.0. ofN.W. , of meer oostelijk of westelijk, zal
deze afwijking door den localen invloed weder op het grootst zijn, of
in die rigtingen toenemen.
tafeii xi. halve dag- cu wachtbogen, dienende om
den tijd van de opkomst en den ondergang der
Hemelligchamen te vinden.
De getallen, die deze Tafel bevat, geven de helft van den tijd te ken-
nen, die eenig Hemelligchaam boven den horizon is, als namelijk de
breedte der plaats en de declinatie van het Hemelligchaam gelijknamig
zijn; ongelgknamig zijnde, zijn dezelve de helft van den tijd, die het
Hemelligchaam onder den horizon is. In de eerste rij dezer Tafel vindt
men de declinatie en in de eerste en laatste kolom de breedte; met
hulp van deze twee gegevens vindt men, onder de declinatie en op dc
ry der breedte , de halve dag- of nacht- {Semi-Diurnaal of Nocturnaal)
bogen, en door deze gemakkelijk den tijd van de opkomst en den
ondergang van eenig Hemelligchaam.
De breedte en declinatie kunnen gelijk- of ongelijknamig zijn ; dit
geeft aanleiding tot deze twee gevallen, die op de volgende wyze door
de Tafel behandeld kunnen worden:
1°. Als de hreedte en declinatie heide Noord of heide Zuid zijn, zoo
is het getal der Tafel de tijd van ondergang; deze ondergang van 12"
afgetrokken, geeft tot rest den tijd van opkomst.
2°. De hreedte en declinatie ongelijknamig zijnde, zoo gefft de Tafel
de opkomst; deze xceder van 12" afgetrokken, heeft men tot rest den
tijd van ondergang. Het duhhel van den tijd van zons opkomst is de
lengte vaji den nacht, en het tweevoudige van den ondergang is de tijd,
dat de zon hoven den horizon is, of de lengte van den dag.
Noemt men t. den tijd van opkomst of ondergang, br. de breedte en
d. de declinatie, zoo zijn de getallen dezer Tafel door het berekenen
van eenen bolvormigen driehoek, of deze formule log. cos, t. ~ log.
tang. d. — log. cot. br. te bepalen.
1. Voorb. Men vraagt den waren tijd van de zons-opkomst en den
ondergang, als men op 14° N. breedte is, en de zons-declinatie, zoo
wel bij dc opkomst als den ondergang, 18° Noordelijk gesteld wordt?