Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
52 Ooer de Afwijking en Inclinatie van de Magneetnaald.
Door de amplitude, maar vooral door het azimuth, kan men met alle
juistheid herekenen, In welke streek zleh de Zon bij hare opkomst of
eenigen tijd daarna bevindt; ten anderen kan men die streek, door
een daartoe ingerigt kompas, amplitude- of azimuth-kompas genoemd,
bepalen; als nu de waargenomene streek volkomen met de berekende
overeenstemt, heeft de kompas-naald geene afwijking, en de zee-
lieden zeggen, dat het kompas alsdan regtwijzend Is; verschilt het
echter, zoo is dit verschil de afwijking van het kompas, of de miswij-
zing van de magneetnaald of staaf. Stel, dat de berekende of scliijn-
bare amplitude 18° beoosten het noorden en de gepeilde amplitude 64°
benoorden het oosten zijn; en men vraagt de grootte der miswijzing?
Berekende amplitude = 18" O' beoosten het N.
gepeilde amplitude 64° benoorden het O., of 26. O » » »
dit geeft 8° O' voor de miswijzing
of declinatie van het kompas. Of, hetgeen op hetzelfde neerkomt, als
men deze beide amplitudes als van hetzelfde punt doet beginnen, of
uit het zuiden door het westen telt, beeft men :
Berekende amplitude van het Z. = 208°
Gepeilde « » » » = 216
dus als boven de miswgzing = 8°.
Naar dat het magnetisch noorden nu aan de oost- of westzijde van
bet ware noorden valt, noemt men de miswyzing noordoostering of
noordwestering. De onderscheiding hiervan wordt gemakkelijk hepaald,
als men de azimuths of amplitudes, hijv., beide van het zuiden door
het westen , enz., telt, zoo is , als boven , het verschil de miswijzing ;
dezelve is noordoostering , als het waargenomene azimuth of de amplitude
kleiner is, dan de berekende, en noordwestering als hetzelve het grootste is.
Deze regel wordt onmiddellijk blijkbaar, als men de beide azimuths
of amplitudes elk op zich zelve op cirkels teekent of In cirkeltjes
overbrengt, waarop bg beiden eene mlddellgn den meridiaan te ken-
nen geeft of aantoont; als men vervolgens deze azimuths of amplitudes ,
beide op éénen anderen cirkel overbrengt, en de punten, waar zich,
in beide de gezegde cirkeltjes bg de peiling en berekening, het Hemel-
ligchaam als bevonden heeft, op elkander legt, zoo valt het miswigzend
noorden, of dat van het gepeilde azimuth of de amplitude regts of
links van het ware noorden, hetgeen dan onmiddellijk den naam der
miswijzing doet kennen. In het gestelde voorbeeld heeft dus het kom-
jias noordwestering.
Inclinatie van de Magneetnaald.
Buiten de afwijking van den waren meridiaan of declinatie, hebben
de Magneetnaalden, bij eene vrije beweging, nog eene afwijking, na-
melgk die van het horizontale vlak , dat is: de noord- of zuid-pool van
eene Magneetnaald, wanneer dezelve daartoe behoorlijk is ingerigt,
daalt of rijst beneden of boven gezegd vlak, waardoor op de meeste
plaatsen de magneetnaald of staaf eenen hoek maakt met het horizontale
vlak der plaats, welke hoek de inclinatie van de Magneetnaald wordt
genoemd. De inclinatie is even als de afwgking verschillend voor
verschillende plaatsen, en ook steeds op dezelfde plaats iets veranderlijk
of onbestendig.