Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Over de schijnhare Amplitudes en over het Azimuth.
Voor den Loog A liecft men naar aanleiding van liet aangevoerde :
90" O'
0. 34 = de straalbuiging, uit Tafel XX, voor O»,
0. 5 = de kimduiking, uit Tafel XVII, voor 8 ellen,
90" 39'= A, zijnde, zoo als gezegd is, de afstand van het
Hemelligchaam tot het toppunt, op het oogenLlik, dat men de schijn-
hare Amplitude van het Hemelligchaam vraagt. Veider heeft men nu:
Complem. hreedte = 31° O' O" log. cosec. 0,2881607
>, declin. = 71. 0. O
A. = 90.39. O » ), 0,0000279
^ som
complement declin.
J som — » »
2}
192o 39'00"
96" 19' 30"
71. 0. 0
25" 19' 30"
log. sin. 9,9973484
» » 9,6311924
2).
19,9167294
van 24» 41' 23"
9,9583647 is de log. cos.
-f2
49» 22' 46" en dus dc schijnhare Amplitude ■= 90" — 49° 22' 46"
40" 37'14", zgnde deze de schijnhare Amplitude henoorden het Oos-
ten of Westen, naar gelang, dat men de scliijnhare Amplitude hij den
op- of ondergang gevraagd heeft, en gevolgelgk ook voor dien oogen-
Llik de declinatie heeft Lerekend.
Voor de Maan dient men, voor het Lepalen van den Loog A, mede
nog acht te geven op het horizontale verschilzigt, en zoo men de
onder- of Lovenrand van het hemelligchaam verlangt, mede de halve
middellijn daarhg nog in aanmerking te nemen, en men heeft dan:
Voor de Zon dekimduiking-\-destraalhuiging-\-\middellijn,en
voor de Maan:A=90°-|- kimd, -}- straalb. — horiz, verschilzigt -1- \ middell.
Indien men -f- [plus] de halve middellijn neemt, zoo krijgt men den
hoven, en — (minas) den onderrands op- of ondergang.
Over het Azimuth.
Wat de Amplitude Lij de opkomst van eenig Hemelligchaam is, is
nagenoeg het Azimuth als het Hemelligchaam Loven den horizon verhe-
ven is; alleen met deze onderscheiding, dat door het Azimuth den
hoekigen afstand van het noorden of zuiden, of van den meridiaan
verstaan wordt.
Het Azimuth van eenig Hemelligchaam wordt onder anderen door
deze formule Lerekend:
+ -f hr.^-{-D.--^^ ^
Cos. i Azimuth =\/ 6W. 11. Cos. Lr, '