Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ferklarinrj imn TAFEL IX. De hreedte door twea hoogten. 43
plaats der grootste lioogte , d. i. men brengt eene verbetering aan de-
zelve, en hierdoor wordt het nu, alsof die kleinste hoogte aldaar ware
waargenomen, daar de grootste zulks inderdaad gedaan is.
Men neme , te dien einde, bij het meten der kleinste hoogte tevens
het azimuth der. zon waar, en bepale door die peiling en de gezeilde
streek eenen hoek, dien wij herleiding s - hoek zullen noemen, en die
door H/i. aangeduid zal worden; deze hoek is gelijk aan den hoek,
welke gemaakt wordt door het azimuth en den koers tusschen de waar-
nemingen; bijv., stel, het azimuth, bij de kleinste hoogte, N N. O.
en den koers, die men houdt sedert het meten dier hoogte., O. N. O. ,
zoo is de herleidingshoek gelijk aan den hoek tusschen het azimuth
N. N.0. en den koers O. N. O., of HA. = 6 streken — 2 streken
4 streken; laat, om nog een ander voorb. te geven , het azimutli
N. N. O. en de koers W. Z.W. zijn, zoo is HA. gelijk aan den af-
stand, die het N. N. O. heeft van het W. Z. W., zgnde gelijk 2 str.
-f-8str.-|-2 str. = 12 streken. Door deze H/i., als koers beschouwd,
cn de gezeilde verheid tusschen de waarnemingen, wordt nu vervolgens
door Tafel VII de veranderde breedte bepaald; noemen wij die veran-
derde breedte ter vereenvoudiging: verbetering, zoo heeft men einde-
lijk de verbetering, die men bijtelt of aftrekt bii of van de kleinste
hoogte. Is de herleidingshoek grooter dan 8 streken , zoo trekt men
denzelven af van 16 streken, en bepaalt voor de rest door Tafel VII
(Ie verbetering, en verder telt men, als de kleinste hoogte voor den
middag is waargenomen, de verbetering hij, als II/i. kleiner is dan 8
streken of 90®, en trekt dezelve af, als dezelve grooter is, hij of van de
kleinste hoogte. Is de kleinste hoogte na den middag waargenomen,
zoo handelt men omgekeerd.
Tot opheldering van de beide voorgaande regels diene dit
7 Voorb. Naar gissing is men op 60° 3'N. breedte en 0° lengte; men
vindt te O" 29™ 20' voor de zons middelpunts ware hoogte 46» 37'; de
waarnemer zeilt N. O. t. O. met eene vaart van 12 mijlen in de wacjit,
te 4" 24"* vindt hij de zons hoogte 25° 50' en tevens als azimuth der
zon 78° 54' bewesten het zuiden. De noorder-zons middags decli-
natie is 17°.
De peiling der zon bij de kleinste hoogte was 78° 54' bewesten het
Z. en de koers N. ü. t. O., of 56° 15' beoosten het N. , dus heeft men :
als koers 56° 15' beoosten het Noorden
90. 00
de pelling 78° 54' bew. het Zuiden of 11- 6 bez. het Westen ,
derhalve is Hh. of de herleidingshoek 157° 21', of 22° 39', of ruim
2 streken.
De gezeilde verheid in 4" is 12 M. of 48', dit geeft voor 3" 35'", of den
verloopen tijd tusschen de waarnemingen, 47' als verheid. In Tafel VII
vindt men naast deze verheid, in de 2° streek, als verand. breedle 43',4;
de verbetering is dus 43', dezelve wordt bij de kleinste hoogte gesteld;
dewijl H/t. grooter is dan 90° en de hoogte na den middag is waargenomen.
Zons ware hoogte 25° 50'
verbetering 0. 43
verbeterde hoogte 26" 33'; eene hoogte, die men