Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
35 F'erklaring van TAFEL TII. De Schuinsche KoertreJtening.
Aanmerking. In de meest gewone berekeningen zal men dien om-
slag van liet midden te nemen, wel niet behoeven te volgen : maar op
iietgezigt dat midden , of in ons gegeven voorbeeld 13r5, kunnen bepalen.
Stel, er wordt gevraagd: indien A en B, op genoemde breedte van
40 en 41° juist 2° 11' 30" in lengte verschillen; hoe veel mijlen zullcji
zg dan oost en west van elkander gelegen zijn?
De middel-breedte is als boven 40^°; daar deze echter niet in eene
der kolommen van de Tafel gevonden wordt, zoo neme men 40 en 41
en bepale onder deze de afwykingen, en een gemiddelde uit deze zal
ons de gevraagde afwijking doen kennen.
Op 40° breedte Op 41° breedte
lengte 131',5 lengte 131',5
130,5 geeft 100' afw. 119,3 geeft 90' afw.
1',0 »_12',2
101' afw. 11 ,9 » 9 »
0',3 >1 0,3 »
99', 3 afw.
liet gemiddelde van deze twee, zijnde 100', of 25 mijlen, is de af-
wijking voor 40^°.
De meeste gevallen der schuinsche koersen kunnen in eene meerdere
of mindere mate, naauwkeurig genoeg, door de middel-breedte bere-
kend worden.
In de twee eerste gevallen (bladz. 29) der schuinsche koersen wordt
de afwijking volgens de middel-breedte tot lengte herleid.
In het 3'!° geval (bladz. 29) zoekt men, volgens Tafel VII, de veran-
derde breedte en verheid, en men maakt door Tafel VUl de afwijking
tot lengte.
Het 4'^» geval (bladz. 30) wordt eerst door Tafel VII naar het plat
berekend, de koers en verheid bepaald, en vervolgens maakt men
weder de afwijking tot lengte.
Het 5'^° geval (bladz. 30) wordt, even als het voorgaande, eerst naar
het plat berekend, en vervolgens de afwijking in lengte herleid.
Het G"^" geval (bladz. 30) wordt eerst naar het plat, volgens Tafel
vn berekend; de breedte alsdan bekend zijnde, kan men weder door
de middel - breedte de afwijking in lengte lierleiden.
In alle deze gevallen, die wij nog met andere hadden kunnen
vermeerderen, stellen wij steeds de afgevarene breedte bekend te zijn.
De middel - breedte heeft geen nut, als men onder of zeer nabij de
linie zeilt; er bestaat alsdan weinig of geen verschil in de uitkomsten ,
of men de schuinsche koersen naar het plat, het rond of door de
middel-breedte berekent.
De zeeman is gewoon eiken middag zijn hestek op tc maken; hij
koppelt of vereenigt alsdan al zijne koersen en verheden van het gc-
heele etmaal, en bepaalt verder door den koppelkoers en zoo mogelijk
door dadelijke waarnemingen het standpunt of bestek. Daar zelden het
bestek volgens den koppelkoers en volgens de dadelijke waarnemingen
met die door den Tijdmeter volkomen overeenstemmen, zoo krijgt hij