Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
o4 Verklaring van TAFEIi VIII. De Scltuinsche Koersrekening.
govonden hebben, naast 60' afwijking 69',3 lengte. In de meeste
gevallen geschiedt de tusschen-voeging of interpolatie zonder de minste
moeite op het gezigt; op zeer hooge en zeldzaam voorkomende breedten
worden de verschillen slechts iets grooter, doch zijn steeds van dien
aard, dat de dubbele interpolatie altyd gemakkelyk afloopt. Wil men
omgekeerd weten , hoe veel een getal minuten van lengte, op eene
zekere breedte, minuten van afwijking zullen geven, zoo neme men
onder de breedte , volgens de gegevene lengte, de daar naast in de
eerste kolom staande afwijking : onder 30® heeft men, bijv., voor 69',3
lengte 60' of 15 mylen afwyking. Sommige schiyvers zijn van oordeel,
dat men deze Tafel kan weglaten, en het gemakkelyker is, steeds met
de afwijking de sec. der breedte te vermenigvuldigen. In dat geval zullen
vier cijfers in de aanvulsels dezer log. sec", genomen tot eene genoeg-
zame naauwkeurigheid leiden, en behoeft men daartoe ook geene natuur-
lijke secanten boven de reeds voorhanden zynde log", sec. te stellen.
Door deze Tafel kunnen derhalve onmiddellijk opgelost worden de
twee gevallen der zeilaadjes oost of west, bevattende de vragen : hoe
veel lengte maakt een aantal mijlen op eenen zekeren parallelcirkel,
en omgekeerd, hoe veel mylen geven een zeker aantal graden of minu-
ten van lengte ? — De Tafel heeft evenwel nog uitgestrekter nut:
stel, dat twee plaatsen A op 40° en B op 41° noorder breedte liggen,
en dat zy oost en west juist 25 mylen van elkander gelegen zyn, nu
wordt gevraagd: hoe veel die plaatsen in lengte zullen verschillen? In
het oplossen van dit vraagstuk kan men noch de breedte van A , noch
die van B nemen : om deze reden neme men eene gemiddelde breedte
tusschen A en B, deze breedte noemt men middel-breedte, en zij is bij
gelijknamige breedten steeds gelijk aan de halve som der twee breedten;
zij ligt op gelyken afstand van A en B, of juist tusschen dezelve in.
De breedte van A = 40°
» » » B = 41
81®
2)-
dus is de middel-breedte 40J°. Men beschouwt nu de afwijking als op
den parallel van 40J° te zyn afgelegd; zynde een gemiddelde parallel.
Het is in dezen zin, dat men veelal de breedten voor deze Tafel er-
langt ; van daar, dat dezelve in de Tafel middel-breedten genaamd worden.
Om ons voorbeeld op te lossen, zoude men dus eene middel-breedte
van 40J° moeten nemen, daar deze intussclien niet aanwezig is, zoo
neme men het gemiddelde der lengten , die men verkrijgt door de af-
wijking op 40 en 41° op te zoeken. Bij voorbeeld:
100' op 40® middel-breedte geeft 130',5
100 op 41 >) » » 132,5
263',0
2)-
dit geeft 131',5
of 2° 11' 30" voor verschil in lengte.