Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verkl. van TAFELi LTIIA.« Verbetering voor de Zom Declinatie. 211
Voorh. Men vraagt de zons declinatie den 13^«° November 1857?
Het jaar 1857 stemt, blijkens hot hoofd der Tafel, overeen met 1845 ,
en men heeft dus :
Zons declin. uit Tafel XVH den IS-i" Nov. voor 1845 = 18» 1' Zuid.
verbetering uit Tafel LVII A......=4. 1
dus de gevraagde zons declinatie . . . . = 18° 2' Zuid.
TAFEIi liVII B. Om de Zons Declinatie voor lengte
te verbeteren.
Wij hebben gemeend de ruimte, die ons de voorgaande Tafel op
bladz. 416 overliet , niet beter te kunnen aanvullen dan met deze
Tafel; door dezelve kan men voor gewone gevallen voor eikeiengte met
genoegzame naauwkeurigheid de declinatie bepalen.
Stel, men heeft op eene plaats de zons-middags-hoogte waar geno-
men, bijv., den 17^°° Julij 1869, zons onderrands hoogte boven den
noorder horizon 30° 10', het oog 22 voeten boven de zee verheven,
en is die waarneming geschied op 82° oosterlengte , men vraagt door
de Tafel de declin. en vervolgens de breedte te vinden. Daar hier naar
geene groote naauwkeurigheid gevraagd wordt, zoo kan men zich mede
van Tafel XVI bedienen, en men heeft dan :
TAFEIi li VHI. Zons regte opklimming voor de jaren
1843, 1844, 1845 en 1846, op den middelharen middag
te Greenwich.
Even als de voorgaande Tafel LVII, is ook deze voor vier achtereen-
volgende jaren bepaaldelijk van dienst, en is de regte opklimming der
zon tot de naaste minuut in dezelve opgegeven. Zoo men de regte
opklimming voor eenig opvolgend jaar na 1846 begeert, zal men door
het hoofd van Tafel LVII A kunnen bepalen , met welk jaar het op-
jegevene overeenstemt, verder neemt de regte opklimming l',82 in
iet jaar toe, en hierdoor kan dus met eene, in de meeste gewone
berekeningen, genoegzame naauwkeurigheid, voor nog vele jaren na
1846 de regte opklimmingen door deze Tafel gevonden worden.
Voorb, Vrage de regte opklimming der zon, den 17<i«n Julij 1853?
Als men 1853 bij herhaling met 4 vermindert, zoo komt men
Q' onderr. ges. hoogte 10'
Tafel XVI......
Q» ware middelpunts hoogte . . 30° 19'i
O' afstand van het toppunt . 59° 40'i
declin. Taf. LVII voor 1845 . 21° 12' N.'
verb. » LVII A . . . — 2 + 21. 12 i
)) LVII B . . . . + 2
dus is de zuider breedte . 80° 52'i. <