Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
TERKIiARIAIG} eii G^EBRUIK
DER
TAFELS.
TAFEIi I. Logarithmen van de natuurlijhe getallen (*).
De logarithmen zijn , zoo als in de Wiskunde geleerd wordt, eene
soort van kunstgetallen, waarmede men de vermenigvuldiging en deeling
der getallen , door eene optelling en aftrekking van derzelver logarith-
men kan verrigten; ook kunnen zij met veel nut bij de magtsverheffing
en worteltrekking gebezigd worden. De vinding der logarithmen zyn
wij aan den Schotschen Baron napier verschuldigd, terwijl henry buiggs.
Hoogleeraar te Oxford, voor het grootste gedeelte de gewone loga-
rithmen berekend heeft, die daarna door onzen landgenoot adriaan
vlacq nog verder zijn uitgebreid.
Onze Tafel bevat, volgens het Briggiaansche stelsel, de logarithmen
van de natuurlgke getallen van 1 tot 10000, benevens de verschillea
der logarithmen, beginnende met den logarithmus voor 991. Wij heb-
ben de verschillen van de logarithmen beneden die van 991 niet
opgegeven, dewijl dezelve toch van geen nut zouden zijn.
Op pag, 3 der Tafelen, of van Tafel I, vindt men, bijvoorb. , in de
kolom G, of die der getallen, naast het getal 218 als getal 2,3384565;
dit is nu de logarithmus van het getal 218; op gelyke wijze worden de
overige logarithmen der getallen gevonden. De logarithmen van al de
getallen boven het getal 10 bestaan uit een geheel getal met eene deci-
male breuk. Van den genoemden logarithmus 2,3384565 is 2 het ge-
heele getal en het overige de decimale breuk; het geheele getal noemt
men wijzer of charcicter, en de breuk veelal aanvulsel of mantissa.
Opmeiiking A. De wijzer van eenen logarithmus is altijd één minder
dan het aantal cijfers, waaruit het getal bestaat. Voor het getal 2 zal
men O tot wijzer van deszelfs logarithmus vinden; voor 33, als uit
twee cijfers bestaande, vindt men 1 als wiizer. In het algemeen:
heeft men n cijfers in een getal, zoo is het character steeds één minder
of n—1. Voor 8534,655 zal de wijzer 3 zijn, want er zijn vier cijfers
in het getal (namelijk 8, 5, 3 en 4), de wijzer is één minder, dus 3;
de decimale breuk komt hier bij de bepaling van het character niet
in aanmerking.
Bij het gebruik der logarithmen komt al dadelyk voor: een getal ge-
geven zijnde, den logarithmus voor hetzelve door de Tafel te vinden ,
(*) Eene meer nitvoerige verklaring van den aard en de toepassing der logarithmen
kan mea vinden in onzen derden druk der Logarithmen-Tafelen f ten dienste der Latijn-
sche Scholen en Collegién,